Neerlandia
Nederlands-Vlaams tijdschrift voor taal, cultuur en maatschappij
Eerst nog dit …
Verkiezingen in Nederland, Vlaanderen en België
Peter Debrabandere is docent Nederlands, Duits en copywriting in het hoger onderwijs en hoofdredacteur Neerlandia

Na de val van het kabinet Rutte-IV vonden in Nederland eind 2023 Tweede Kamerverkiezingen plaats. De verkiezingen zorgden voor een nooit geziene aardverschuiving, met forse winst voor Partij voor de Vrijheid (PVV) en Nieuw Sociaal Contract (NSC) en zwaar verlies van Democraten 66 (D66), Volkspartij voor Vrijheid en Democratie (VVD) en Christen-Democratisch Appèl (CDA).
Na lang onderhandelen (met twee verkenners en vier informateurs) bereikten PVV, VVD, NSC en BoerBurgerBeweging (BBB) in de nacht van 16 mei 2024 een hoofdlijnenakkoord voor de vorming van een nieuw kabinet. Minister-president wordt straks wellicht Dick Schoof, tot 28 mei 2024 secretaris-generaal van het ministerie van Justitie en Veiligheid.
In wel meer Europese landen doet zich ongeveer hetzelfde voor: de traditionele partijen (sociaal-democraten, christen-democraten, liberalen en ook wel de groenen) verliezen terrein ten voordele van nieuwe partijen en politieke bewegingen, en het partijlandschap raakt versnipperd, waardoor het steeds moeilijker wordt een stabiele coalitie te vormen.
Over de oorzaken van die ontwikkelingen is al heel wat inkt gevloeid. Duidelijk is dat het vertrouwen in de traditionele politieke partijen wegsmelt en dat mensen oplossingen voor maatschappelijke problemen hopen te vinden bij (nieuwe) partijen die harde kritiek uiten op het falende beleid van de voorbije decennia. Steeds complexere problemen in een steeds complexer wordende maatschappij zorgen voor een groeiend onbehagen bij de kiezer.
In Vlaanderen is de situatie enigszins anders. Daar zijn de Vlaams-nationalistische partijen – nu zijn dat de Nieuw-Vlaamse Alliantie (N-VA) en het Vlaams Belang (VB) – al ruim een halve eeuw aan de positie van de traditionele partijen aan het knagen. Ze buigen de onvrede van de burger over de onwerkbaarheid van de Belgische staat om in stemmenwinst. Steeds meer slagen ze er ook in om het ongenoegen over falend beleid, aangroeiende begrotingstekorten, toenemende migratie, regelneverij van de overheid … te kanaliseren. Anders dan in Nederland zijn in Vlaanderen de twee belangrijkste partijen die de traditionele partijen van het politieke toneel duwen, al veel langer politiek actief. Ze hebben als doel: de onafhankelijkheid van Vlaanderen (VB) of de omvorming van de Belgische staat tot een confederale staat (N-VA).
In Vlaanderen vraagt men zich nu voortdurend af of de tijd rijp is om zoals in Nederland een coalitie te vormen zonder de traditionele partijen en of VB en N-VA, die volgens de peilingen samen bijna een meerderheid behalen, samen de Vlaamse regering zullen vormen. Naarmate de verkiezingen naderen, beantwoordt de N-VA die vragen steeds nadrukkelijker negatief met als reden dat de ideologische kloof tussen VB en N-VA daarvoor veel te groot is. De paradox is dat het VB als rechts-conservatieve en de N-VA als liberaal-conservatieve Vlaams-nationalistische partij ideologisch juist vrij dicht bij elkaar staan ondanks een verschillende stijl en een ander soort radicalisme. Speelt die ideologische kloof hier een essentiële rol of wil de N-VA zich op federaal niveau niet buitenspel laten zetten door de Franstalige partijen, die geen regering willen vormen met de N-VA als die met het VB samenwerkt? Zal de andere dynamiek van de Belgische staatsstructuur ertoe leiden dat in Vlaanderen andere keuzes gemaakt worden dan in Nederland?
Contact: peter.debrabandere@scarlet.be
Dit artikel werd gepubliceerd in Neerlandia 2024-2.
Naar boven