Van materiaaltechnisch onderzoek tot digital storytelling
Met zeven kunstwerken van de schilder Hans Memling (ca. 1430/40 – 1494) in het Museum Sint-Janshospitaal en twee in het Groeningemuseum beheert Musea Brugge, ná het Metropolitan Museum of Art in New York, de grootste Memlingcollectie ter wereld. Wat de collectie in Brugge echter uniek maakt, is dat vier werken nog steeds bewaard worden op de plek waarvoor ze oorspronkelijk zijn gecreëerd. Daarom maakten Stad Brugge, Toerisme Vlaanderen en het Departement Cultuur, Jeugd en Media in 2023 middelen vrij voor een meerjarig onderzoek naar deze bijzondere meesterwerken.
Vandaag de dag is de naam Memling onlosmakelijk verbonden met Brugge, ongeacht het feit dat de schilder er niet vandaan kwam. Geboren in de buurt van Seligenstadt, ergens tussen 1430 en 1440, verliet Memling zoals veel van zijn tijdgenoten zijn geboorteplaats op zoek naar een plek om zich te ontwikkelen en vestigen als kunstenaar. Via Keulen en Brussel, waar hij waarschijnlijk enige tijd heeft doorgebracht in het atelier van Rogier van der Weyden (ca. 1399/1400 – 1464), belandt hij in Brugge, waar hij op 30 januari 1465 het poorterschap verwerft. Brugge is op dit moment nog een van de belangrijkste economische en artistieke centra van Europa en dus een logische keuze voor een schilder als Memling; de aanwezigheid van veel handelsnaties in de stad betekent immers ook veel potentiële klanten.
Memling & Brugge
Na Jan van Eyck (ca. 1380/85 – 1441) en Petrus Christus (ca. 1415/20 – 1475/76) is Hans Memling de derde schilder met een bekend oeuvre die zich in Brugge vestigt. Net zoals zijn voorgangers zet Memling de schilderstijl van de Vlaamse primitieven voort; een realistische weergave in olieverf van religieuze taferelen en portretten. In tegenstelling tot zijn voorgangers is van Memling echter een uitzonderlijk aantal werken bewaard gebleven. Zo’n honderd schilderijen worden vandaag nog tentoongesteld in musea en andere collecties.
Hoewel vaak wordt gesteld dat Memling en zijn oeuvre van de 17e tot de 19e eeuw in de vergetelheid zijn geraakt, is de fascinatie omtrent zijn schilderijen nooit helemaal verdwenen, althans niet in Brugge. Dat zijn werken eeuwenlang bewaard zijn gebleven in het Sint-Janshospitaal, is hier een bewijs van. Ze hebben zelfs hun plaats in de opkomst van Brugge als toeristische bestemming. Al in 1839 wordt de kapittelzaal van het zusterklooster van het Sint-Janshospitaal opengesteld voor het publiek. De werken van Memling zijn op dat moment daar te bewonderen en vormen zo het ‘Memlingmuseum’, zoals het Museum Sint-Janshospitaal vandaag vaak nog steeds in Brugge en daarbuiten bekend is.
Van Memlingmuseum naar Museum Sint-Janshospitaal
De kunstwerken vinden vanaf 1977 hun weg terug van het zusterklooster naar de middeleeuwse ziekenzalen. Bij de herinrichting van het Museum Sint-Janshospitaal in 2023 is een nieuwe museale opstelling gekozen met de universele thema’s zorg, afscheid en spiritualiteit als rode draad. Zo staan het Ursulaschrijn van Hans Memling en de Liggende-Arcangelo II van de hedendaagse kunstenares Berlinde De Bruyckere zij aan zij in de kapel van het hospitaal. De dialoog tussen de twee toont het tijdoverschrijdend karakter van de thema’s aan. De zes overige Memlingwerken worden centraal gepresenteerd in een hedendaags schrijn dat de bezoekerservaring verdiept en de uitzonderlijke kwaliteit van zijn schilderkunst nog meer kracht bijzet.
Naast het feit dat de sluiting van het Sint-Janshospitaal de ruimte gaf om nieuwe verhaallijnen uit te zetten, vormde het ook de ideale gelegenheid de werken van Memling aan grondig onderzoek te onderwerpen zonder ze hiervoor uit hun vaste bewaarplaats te halen. Met behulp van verschillende subsidies werden de schilderijen in het Museum Sint-Janshospitaal en het Groeningemuseum in een onderzoeksproject van tweeënhalf jaar gedocumenteerd voor onderzoek en vervolgens ontsloten voor het publiek via (digital) storytelling.
Onderzoek door de verflagen heen
Om de werken van Hans Memling te documenteren en bestuderen, is materiaaltechnisch onderzoek toegepast. Dat is een methode binnen de kunstwetenschappen om zowel de zichtbare als de onzichtbare lagen van een kunstwerk vast te leggen. Het geeft veel informatie over de conditie van de schilderijen, maar ook de werkwijze van de kunstenaar. In samenwerking met het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium in Brussel werden de werken gedocumenteerd met macrofotografie in verschillende modaliteiten en met röntgenfotografie en infraroodreflectografie.
Macrofotografie is een techniek waarbij meerdere foto’s (soms zo klein als 7,5 bij 10 cm) worden gemaakt van één oppervlak, waarna ze digitaal worden samengevoegd of gestitcht. Het resultaat is een beeld waarbij je tot de craquelures van een schilderij kan inzoomen.
Met behulp van het elektromagnetisch spectrum kan deze fotografie op meerdere manieren worden ingezet.
Ten eerste is er zichtbaar licht. Dat zijn de golflengtes van het spectrum die, zoals de benaming impliceert, zichtbaar zijn voor mensen. Andere golflengtes, zoals ultraviolette röntgenstraling en infraroodstraling, zijn niet met mensenogen waar te nemen, maar kunnen wel ingezet worden voor onderzoek: uv-straling geeft ons informatie over de oppervlakte van het schilderij. Retouches, kleine overschilderingen die op de vernis liggen om beschadigingen te verbergen, kleuren namelijk donker. Dat is waardevolle informatie over de conditie van een schilderij.
Infraroodstraling gaat door de verflagen heen en maakt de voorbereidende schets, oftewel de ondertekening, zichtbaar. Dat geeft inzicht in de werkwijze van een kunstenaar, maar laat ook zien of er ten opzichte van het geschilderde oppervlak veranderingen hebben plaatsgevonden. Röntgenstraling laat zich daarentegen door weinig tegenhouden en gaat dwars door een schilderij heen. Dat maakt het lezen van röntgenfoto’s lastig omdat je alle lagen tegelijk ziet. Röntgenstraling wordt daarom vooral ingezet om de opbouw en structuur van de drager, zoals een doek of paneel, te beoordelen.
Op basis van de eerste onderzoeksresultaten heeft de Universiteit Antwerpen twee schilderijen van Memling nog eens verder onderzocht met Macroscopic X-Ray Fluorescence scanning (MAXRF). Dat is een techniek waarbij elementen als koper, ijzer en goud in kaart worden gebracht. Op basis hiervan kan er een goede inschatting worden gemaakt welke pigmenten een kunstenaar voor de verflagen heeft gebruikt. Het kan bijvoorbeeld helpen oude van moderne pigmenten te onderscheiden en zo latere overschilderingen op te sporen.
Alle inspanningen leverden beelden in ultrahoge resolutie op, die het mogelijk maakten de werken van Memling in duizelingwekkende details te ontdekken. Een van de doelstellingen van het project was om die beelden niet enkel te delen met onderzoekers, maar eveneens voor een breed publiek beschikbaar te maken. Hiervoor werden drie toepassingen ontwikkeld die samen een gelaagde publieksbeleving vormen, van een eerste kennismaking met Memling tot een uitgebreide verkenning van zijn werk.
Vernieuwende publiekstoepassingen om Memling te ontdekken
De stadstoepassingen verbinden Memling met zijn historische context in Brugge. Via de ErfgoedApp kunnen bezoekers tijdens een stadswandeling verhalen beluisteren en zelfs via een chatbot vragen stellen aan Memling. Daarnaast brengt geocaching de wereld van Memling op een speelse manier tot leven – ideaal voor gezinnen, jongeren en nieuwsgierige ontdekkers die op een lichte manier met Memling willen kennismaken.
Daarnaast brengt geocaching de wereld van Memling op een speelse manier tot leven – ideaal voor gezinnen, jongeren en nieuwsgierige ontdekkers die op een lichte manier met Memling willen kennismaken.
Op de monumentale zolder van het Museum Sint‑Janshospitaal is een immersieve beleving ontwikkeld, die bezoekers actief bij Memlings kunst betrekt. Op basis van de nieuwe beelden worden zijn werken in het verlichte dakgebinte op een groot led‑scherm getoond, begeleid door muziek die de ruimte vult. Interactieve aanraakschermen leggen op speelse wijze de principes van de schilderijen uit, terwijl een ontspanningszone ruimte biedt voor rust en reflectie. Deze beleving spreekt zowel gezinnen als kunstliefhebbers aan en versterkt de museale opstelling beneden in het museum.
Alle informatie komt tenslotte samen op de website closertomemling.be, waar bezoekers Memlings schilderijen op een unieke manier kunnen verkennen. Via Micrio, een platform voor interactieve digitale verhalen, wordt zijn kunst stap voor stap uitgelegd, terwijl de oeuvrepagina toegang geeft tot technische beelden en haarscherpe details. Het doel op langere termijn is Memlings volledige oeuvre digitaal te ontsluiten, zodat iedereen wereldwijd zijn werk in ongeziene kwaliteit kan bestuderen.
Katrien Steelandt is coördinator e‑cultuur bij Musea Brugge. Ze vertaalt museale content en interne processen naar digitale ervaringen die helder, toegankelijk en betekenisvol zijn voor een breed publiek.
Joyce Klein Koerkamp was tijdens het Closer to Memlingproject de coördinator en expert technische beeldvorming. Momenteel is ze als coach collectieonderzoek verantwoordelijk voor de coördinatie en valorisatie van alle onderzoeken in Musea Brugge.
Dit was een artikel uit Neerlandia nummer 3 van 2026.
Meer lezen?
Nog geen abonnee en wil je het tijdschrift eens op je deurmat ontvangen?