Taal

Artikel

Uit no.4,
2025

Wereldburgerschap begint in de klas

Catherine van Beuningen

Hoe het benutten van talige en culturele diversiteit leerlingen helpt over de grenzen heen te kijken

Mede onder invloed van globalisering en migratie wordt de maatschappij waarin we leven, steeds internationaler, diverser en complexer. We komen dan ook steeds vaker in aanraking met mensen met uiteenlopende talige en culturele achtergronden. Dat begint al op school: een klas is immers niets minder dan een minisamenleving. Het is dan ook van groot belang dat kinderen en jongeren de kennis, vaardigheden en houdingen ontwikkelen die ze nodig hebben om over hun eigen grenzen heen te kijken – om anderen te begrijpen (socialisatie), maar ook om te ontdekken wie ze zelf zijn en te kunnen bepalen hoe ze in de wereld willen staan (persoonsvorming). We kunnen aan deze doelen werken door de talige en culturele diversiteit in de klas doelgericht te erkennen en benutten. 

Afbeelding
klas met jongeren van plm. zestien jaar
De klas wordt een plek van ontmoeting, betekenisdeling en intercultureel leren, zonder dat iemand de grens over hoeft. | foto skynesher, Pexels

Voorbij een tekortperspectief op diversiteit  

In veel onderwijscontexten wordt talige en culturele diversiteit momenteel nog benaderd vanuit een deficiëntieperspectief. De nadruk ligt op wat leerlingen níét beheersen in plaats van op wat zij wél meebrengen. Over leerlingen die thuis opgroeien met een andere taal dan het Nederlands, bijvoorbeeld, wordt snel gezegd dat zij een taalachterstand hebben. Aan het feit dat zij naast het Nederlands (een taal die ze waarschijnlijk nog volop aan het verwerven zijn) nog andere talen spreken, wordt stilzwijgend voorbijgegaan. Dit tekortdenken manifesteert zich ook in docentverwachtingen: onderzoek laat zien dat leraren lagere verwachtingen hebben van leerlingen die thuis een minderheidstaal spreken (Pulinx et al., 2017). Deze lagere verwachtingen vertalen zich vervolgens in zogenaamde taalachterstelling; deze leerlingen krijgen bijvoorbeeld minder vaak het woord in de klas en ontvangen minder feedback op hun taalgebruik (Agirdag, 2020). Ook wordt op school vaak niet op hun (voor)kennis van en in andere talen voortgebouwd (Van Beuningen & Polišenská, 201​​9). Op deze manier blijven belangrijke leer- en ontwikkelkansen liggen, terwijl het doelgericht omarmen van de aanwezige diversiteit het leren van álle leerlingen juist kan verrijken. 

Internationaliseren van binnenuit: de wereld is er al 

Bij manieren om leerlingen internationale en interculturele competenties bij te brengen, denken we vaak aan internationaliseringsinitiatieven, zoals uitwisselingsprojecten of Engelstalige onderwijsprogramma’s. Maar internationaliseren kan ook van binnenuit (vgl. Internationalisation at Home, Nuffic, z.d.), want zoals Joana Duarte (2022) heel terecht stelt: de wereld is in veel klaslokalen al aanwezig in de talen, verhalen en perspectieven van de leerlingen zelf. Een taal- en cultuurdiverse klas kan daarom fungeren als oefenplaats voor wereldburgerschap. Er zijn verschillende benaderingen die docenten kunnen inzetten om internationalisering van binnenuit concreet vorm te geven. Hierna bespreek ik twee invalshoeken: de meer cultureel georiënteerde invalshoek van buitenschoolse kennisbronnen (Boogaard et al., 2022) en het talige perspectief van talensensibilisering (Van Avermaet, 2015). Iedere invalshoek illustreer ik aan de hand van een praktijkvoorbeeld. 

Buitenschoolse kennisbronnen zichtbaar maken en benutten 

Buitenschoolse kennisbronnen (of Funds-of-Knowledge en Funds-of-Identity) zijn de kennis, houdingen en vaardigheden die leerlingen meekrijgen via personen, ervaringen en objecten in hun familie en hun sociale omgeving buiten school (bv. peers, media). Een aanpak die deze kennisbronnen valoriseert, vertrekt vanuit de overtuiging dat álle leerlingen competent zijn, ongeacht hun culturele, talige, religieuze of sociaal-economische achtergrond, en dat juist de diversiteit aan kennisbronnen die leerlingen meebrengen, als kapitaal kan worden ingezet om het onderwijs betekenisvoller te maken.  

De klas wordt een plek van ontmoeting, betekenisdeling en intercultureel leren

Een krachtige manier om buitenschoolse kennisbronnen zichtbaar te maken in de klas, is het werken met zogenaamde identity artifacts: voorwerpen, beelden, teksten of digitale representaties die iets zeggen over wie een leerling is of wat voor hem of haar betekenisvol is. Zulke artefacten kunnen tastbaar zijn – zoals een foto, kledingstuk, boek of muziekinstrument – maar ook symbolisch, zoals een lied, een recept, een familietraditie of een socialemediapost. Door te werken met identity artifacts, leren leerlingen niet alleen zichzelf beter kennen, maar zien ze ook de wereld door de ogen van hun klasgenoten. Op die manier wordt Internationalisation at Home tastbaar: de klas wordt een plek van ontmoeting, betekenisdeling en intercultureel leren, zonder dat iemand de grens over hoeft. 

Praktijkvoorbeeld: Nodig leerlingen uit om een voorwerp of beeld mee te brengen dat voor hen een belangrijk onderdeel van hun identiteit vertegenwoordigt. Laat leerlingen vervolgens in kleine, gemengde groepjes hun artefacten aan elkaar tonen en het bijbehorende verhaal vertellen: waarom dit object belangrijk is, met wie het verbonden is, en welke herinnering of waarde het oproept. Als je meer verdieping wilt aanbrengen, kun je leerlingen vragen om het verhaal rond hun artefact te verbinden aan een maatschappelijk of vakgerelateerd thema (zoals vrijheid, duurzaamheid, migratie of oorlog/vrede). De andere leerlingen stellen vragen, maken notities en reflecteren op overeenkomsten en verschillen tussen de gedeelde verhalen. Laat leerlingen hun persoonlijke verhalen vervolgens vertalen in een creatief product, zoals een gedicht, collage, fotoverhaal of schilderij. Organiseer tot slot een tentoonstelling waarin alle creatieve producten samen met de artefacten een plek krijgen. Laat leerlingen een rondgang maken langs de bijdragen van hun klasgenoten. Ze luisteren naar elkaars verhalen en noteren wat hen verraste of raakte. Sluit af met een klassikaal gesprek waarin de vraag centraal staat wat leerlingen hebben geleerd over en van de diversiteit die binnen de eigen klas aanwezig is. 

Talensensibilisering: werken aan meertalig taalbewustzijn 

Taal speelt een essentiële rol in ons leven. We hebben taal nodig om in interactie met anderen allerhande doelen te bereiken (communicatieve functie), om uitdrukking te geven aan onze ervaringen, gedachten en emoties (expressieve functie) en om de werkelijkheid te ordenen, te denken en te leren (conceptualiserende functie). Omdat taal bovendien onlosmakelijk verbonden is met cultuur, is het ook een identiteitsvormer en sociaal bindmiddel. Hoewel alle talen inherent waardevol en gelijkwaardig zijn, genieten sommige talen in onze maatschappij een hogere status dan andere; aan talen van dominante bevolkingsgroepen (bv. Nederlands, Engels) wordt meer waarde toegekend dan aan minderheidstalen (bv. Turks, Pools of Limburgs), ook in het onderwijs. Voor leerlingen die zo’n minderheidstaal spreken, kan het negatieve effecten hebben op hun welbevinden, identiteitsontwikkeling en leerprestaties wanneer het belang van hun taal genegeerd of ontkend wordt. 

Hoewel alle talen inherent waardevol en gelijkwaardig zijn, genieten sommige talen in onze maatschappij een hogere status dan andere

Talensensibilisering (of language awareness) is erop gericht zulke taalhiërarchieën te doorbreken door leerlingen bewust te maken van het belang van taal in hun eigen leven en dat van anderen, en hun een open en positieve houding bij te brengen ten aanzien van taaldiversiteit. Talensensibiliserende activiteiten laten leerlingen bijvoorbeeld stilstaan bij de relatie tussen taal en macht, taalnormen die we (expliciet en impliciet) hanteren, attitudes en vooroordelen ten opzichte van verschillende talen en taalvariëteiten, of de zichtbaarheid en functies van verschillende talen in een bepaalde sociaal-culturele context. Een manier om dat laatste te doen, is door leerlingen een ‘talenlandschap’ in hun directe omgeving in kaart te laten brengen.  

Praktijkvoorbeeld1: Laat leerlingen in groepjes binnen en rond de school, in de wijk of zelfs het dorp/de stad op zoek gaan naar borden, posters, opschriften, graffiti enzovoort in zoveel mogelijk verschillende talen. Laat hen foto’s maken van de talen die ze tegenkomen. Terug in de klas gaan leerlingen het verzamelde materiaal analyseren aan de hand van vragen als:  

  • Welke talen hebben jullie gevonden en waar?
  • Met welke functie denken jullie dat de verschillende talen gebruikt zijn (bijvoorbeeld cultureel, commercieel)?
  • Welke talen zijn jullie niet tegengekomen, terwijl die misschien wel te verwachten waren (bijvoorbeeld omdat veel buurtbewoners die taal spreken)?
  • Wat zegt dat over de status van verschillende talen en wat vind je daarvan? 

Zijn de groepjes op onderzoek uitgegaan op verschillende plekken (bijvoorbeeld straten, buurten)? Laat hen dan de belangrijkste inzichten uit hun verkenningen aan elkaar presenteren, bijvoorbeeld aan de hand van posters. Heeft de hele klas dezelfde plek (bijvoorbeeld de school) verkend, kies dan voor een afsluitende activiteit waarin leerlingen individueel of in groepjes verwerken wat ze klassikaal ontdekt en geleerd hebben (bijvoorbeeld het maken van een welkomstbord in alle gevonden en eventueel ontbrekende talen, het schrijven van een advies aan de schoolleiding rond het zichtbaar maken van talige diversiteit). 

Door op deze manier naar hun omgeving te kijken, leren leerlingen niet alleen oog te krijgen voor de talige diversiteit die hen dagelijks omringt, maar ook voor de sociale en culturele betekenissen en mechanismen die achter taalgebruik schuilgaan. Ze ontdekken dat taal niet neutraal is en denken na over wie er in de publieke ruimte wel of juist niet zichtbaar is.  

Tot slot 

Laten we talige en culturele diversiteit niet zien als uitdaging, maar als kans om vanuit de veelheid aan talen, verhalen en identiteiten die in elke klas al aanwezig is, te werken aan internationale en interculturele competenties. Door alle kennis die kinderen en jongeren meebrengen – inclusief hun kennis van en in andere talen – te waarderen en benutten, kunnen we een inclusieve en motiverende leeromgeving creëren waarin leerlingen zich gezien voelen, empathie voor en nieuwsgierigheid naar de ander ontwikkelen en zich ontplooien tot betrokken en kritische wereldburgers. 

Referenties 

  • Agirdag, O. (2020). Onderwijs in een gekleurde samenleving. EPO Uitgeverij.
  • Van Beuningen, C. & Polišenská, D. (2019). Meertaligheid in het voortgezet onderwijs: Een inventarisatiestudie naar opvattingen en praktijken van talendocenten. Levende Talen Tijdschrift, 20(4), 25-36.
  • Boogaard, M., Gaikhorst, L., Veerman, E., Gassler, Y., De Graaf, S., Joosse, B., & Ravensteijn, R. (2022). Werken met buitenschoolse kennisbronnen van leerlingen. Handreiking voor leraren. WOA/NRO.
  • Duarte, J. (2022). De wereld is er al: Inclusie door wereldburgerschap [Brochure]. Nuffic / TUNING Association.
  • Nuffic (z.d.). Thema: Internationalisation at Home (IaH). 
  • Pulinx, R., Van Avermaet, P., & Agirdag, O. (2017). Silencing linguistic diversity: The extent, the determinants and consequences of the monolingual beliefs of Flemish teachers. International Journal of Bilingual Education and Bilingualism, 20(5), 542-556.
  • Van Avermaet, P. (2015). Waarom zijn we bang voor meertaligheid? Levende Talen Magazine, 102(7), 6‑10. 

Catherine van Beuningen is bijzonder hoogleraar Wereldburgerschap en Tweetalig onderwijs aan de Universiteit van Amsterdam en lector Taalontwikkeling en Meertaligheid aan de Hogeschool van Amsterdam. 
 


Dit was een artikel uit Neerlandia nummer 4 van 2025.

Meer lezen?

Nog geen abonnee en wil je Neerlandia eens op je deurmat ontvangen?

Bestel een proefabonnement


Lees ook
Afbeelding
Foto van Vinod Subramaniam
Taal
Column
Uit no.3,
2024
Vinod Subramaniam

MEERTALIGHEID

Afbeelding
Foto van Mira Feticu
Taal
Column
Uit no.4,
2024
Mira Feticu

ONDER DE TAAL

Afbeelding
Thijs Maas treedt op in een collegezaal in Gent
Maatschappij
Artikel
Uit no.3,
2016
Thijs Maas

EEN NEDERLANDER STUDEERT IN VLAANDEREN