Plantenliefde en plantenblindheid

Een gesprek met Esther van Gelder over de tentoonstelling en het facsimile van de Flora Batava (1800-1934)

Anna Rademakers

Flora Batava

In 1800 besloot uitgever Jan Christaan Sepp een geïllustreerd overzichtswerk te maken van alle Nederlandse wilde planten. Hij kon toen niet bevroeden dat dit hele project pas een ruime eeuw en 461 afleveringen verdeeld over 28 boeken later vervolmaakt zou worden. Deze Flora Batava, zoals het meesterwerk ging heten, bevatte op dat moment 2240 platen met daarop meer dan 2630 naar het leven geschilderde planten, paddenstoelen, korstmossen en wieren.

Deze lente gaat het avontuur van de Flora Batava verder, met een prachtig bijna duizend pagina’s tellend facsimile uitgegeven door Lannoo – dit keer in één boek – en een bijbehorende tentoonstelling in het Huis van het Boek in Den Haag. Neerlandia sprak met Esther van Gelder, conservator Oude Drukken bij de KB | Nationale Bibliotheek en drijvende kracht achter het project.

De KB heeft al meerdere facsimile’s gemaakt in samenwerking met Lannoo. Waarom is nu de keus gevallen op de Flora Batava?

Na de uitgaven van de Nederlandsche vogelen en Maria Sybilla Merians Surinaamse vlinderboek bestond het idee al om weer iets met de natuur of met natuurhistorie te doen, omdat dat soort boeken het gewoon heel goed doet. De Flora Batava stond al op een longlist en toevallig heb ik onderzoek gedaan naar de uitgever van de Flora Batava, Jan Christiaan Sepp, én een proefschrift geschreven over de 16e-eeuwse Zuid-Nederlandse botanicus Carolus Clusius. Dus voor mij was het wel het ideale project.

Wat maakt dit boek zo bijzonder?

We hebben met de facsimile’s het doel om topstukken voor een breder publiek beschikbaar te maken. En de Flora Batava is wel echt een topstuk. Het is het allereerste geïllustreerde overzicht van de wilde planten in Nederland én een monumentaal werk: 28 delen met 2240 platen, 5000 pagina’s tekst en bijna alle gravures en lithografieën zijn handgekleurd. In die tijd was het heel duur om te maken en daarom is het nooit bij veel mensen in de kast beland. Dat kan nu bijna honderd jaar later veranderen.

Waarom wilde Sepp dit boek of deze serie maken? Hoe past dit boek van Sepp binnen de geschiedenis van botanische uitgaven? Was er al eerder zoiets ambitieus gedaan?

Het eenvoudigste antwoord is: omdat het nog niet bestond. Nederland was in de 18e eeuw echt een boekenland. Er werden in Nederland veel en ook mooie boeken geproduceerd, ook over de natuur. Maar bij ons ging de aandacht vooral uit naar tuinplanten en naar alles wat exotisch was, naar planten van overzee. Die zijn bijvoorbeeld ook veel te zien op schilderijen uit die tijd. Toen rond 1800 de natiestaat opkwam en de landsgrenzen belangrijker werden, werd de aandacht verlegd naar de ‘nationale’ natuur en zag Sepp dat er voor een boek als de Flora Batava ruimte kwam op de Nederlandse en Vlaamse markt. Veel andere landen, zoals Engeland, Zweden, Oostenrijk en Rusland, hadden rond 1800 ook een eigen nationale flora. Dat waren vaak mooie plaatwerken, waar flink mee gepronkt werd.

Flora Batava

Weten we iets over de verwachtingen die hij van zijn project had. Moest het altijd al een meerdelig werk worden?

Sepp had al eerder met dit soort plaatwerken geëxperimenteerd, dus hij wist wel dat er een markt voor was. In 1762 was Sepp al samen met zijn vader begonnen aan een omvangrijk werk over Nederlandse insecten. Dat werk sloeg in binnen- en buitenland in als een bom, vanwege de goede illustraties. Een paar jaar later kwamen ze met de Nederlandsche vogelen en dat was ook een succes. De oplages waren niet zo hoog, omdat het heel dure boeken waren, maar Sepps werk werd wel enorm gewaardeerd. Voor een boek over medische kruiden, dat vertaald was uit het Duits, schreven wel vier- tot vijfhonderd mensen in. Het kon dus bijna niet anders dan dat een boek over nationale planten ook een groot succes zou worden.

Werken met inschrijvingen was een bekende marketingstrategie. Zo kon de uitgever al een beetje proeven of er genoeg animo voor een uitgave was. In de kranten zie je vanaf 1798 advertenties voor de Flora Batava opduiken. Er stond in dat je je kunt inschrijven op een plaatwerk over Bataafse planten, maar hoe groot dat werk moest worden, staat nergens vermeld. Hij hield er ongetwijfeld rekening mee dat het een project van de lange adem zou worden, maar of hij wist dat het 134 jaar zou duren … dat is eigenlijk een ongelooflijk idee. Waarom zou je er dan aan beginnen? Misschien dacht hij wel, ik probeer het gewoon en we zien wel hoe ver we komen. Dat kunnen we ons nu niet meer voorstellen.

Die hele plantenwereld onderzoeken, deed Sepp dat allemaal zelf of werkte hij samen met biologen?

Het idee kwam wel van Sepp. Hij heeft er een redacteur met een expertise voor planten bij gezocht, die hij vond in de persoon van Jan Kops, destijds landbouwcommissaris voor de Bataafse overheid. Kops verzamelde de planten en beschreef ze. Sepp, die zelf ook graveur was, zorgde dat alle planten werden getekend, in koper gesneden en op de juiste manier werden ingekleurd.

Voor het facsimile hebben jullie van een 28-delig werk één boek moeten maken. Hebben jullie alles erin op kunnen nemen?

We wilden heel graag alle 2240 platen in het facsimile opnemen, want ze zijn allemaal prachtig. Omdat het anders niet zou passen, hebben we uiteindelijk besloten om ze wat kleiner, in ansichtkaartformaat op te nemen. De oude Latijnse namen zeggen de huidige lezer of onderzoeker niet zoveel meer. Daarom hebben we ze met een team van experts allemaal opnieuw gedetermineerd en ook hun nieuwe Nederlandse soortnamen vermeld, die soms heel grappig zijn.

Had het boek nog extra duiding nodig voor de hedendaagse lezer?

Tegenwoordig zijn flora’s vaak een soort zakgidsen met mooie foto’s of tekeningen en een systematische uitleg van waar een bepaalde plant groeit en wanneer. Maar hoe een flora eruit moest zien, was in de 19e eeuw nog niet zo vastomlijnd. In de beginjaren zie je dat het vooral gaat om de beschrijving van de planten met een nadruk op hun nut en het huishoudelijk gebruik. In de loop van de 19e eeuw wordt de botanie echt een volwassen wetenschap en gaat het meer over de biogeografie: waar komen de planten voor, in welke klimaatzones en wat groeit daar nog meer? Ook de ecologie komt in die periode op. In de inleiding bij het boek hebben we die ontwikkeling beschreven.

De inhoud van flora’s veranderde dus door de jaren heen, maar is er in die 134 jaar ook nog iets veranderd aan de opzet van de Flora Batava?

De opzet is de hele serie lang dezelfde gebleven: een plaat van een plant met twee pagina’s tekst, in het Nederlands en in het Frans. Die Franse tekst heeft natuurlijk te maken met de toenmalige politieke situatie in de Bataafse Republiek. Maar de technieken die gebruikt werden, zijn in de loop van de eeuw wél veranderd. Eerst werden er kopergravures gebruikt, die met de hand werden ingekleurd, daarna handgekleurde lithografieën en in de laatste drie delen zijn chromolithografieën gebruikt, dus echt kleurendruk. Ook het lettertype en de papiersoort zijn door de jaren heen veranderd.

Aan dit facsimile heb je samengewerkt met Norbert Peeters en vele andere experts. Kun je iets over die samenwerking vertellen?

Om het boek nog meer naar het heden te brengen, hebben we ervoor gekozen om honderd planten verder uit te lichten. Die zijn groot afgebeeld, naast de oorspronkelijke tekst over waar de planten groeiden en hoe ze gebruikt werden. Ook zijn er bij deze honderd planten nieuwe verhalen geschreven. We hebben aan een zestigtal hedendaagse plantenkenners en -liefhebbers gevraagd wat zij een iconische plant vinden. En daar hebben zij vanuit hun eigen expertise hun licht op laten schijnen. Het zijn experts uit zowel Nederland als Vlaanderen, denk bijvoorbeeld aan Ivan Hoste van de botanische tuin Meise in Brussel, en Hans van Dijk, een bekende televisiepersoonlijkheid in Vlaanderen, die ook wel de vlinderdokter wordt genoemd. Uit Nederland deden mensen mee als botanisch kunstenaar Esmee Winkel, stadsflorist Ton Denters en historisch taalkundige Nicoline van der Sijs. Het toevoegen van extra verhalen was natuurlijk een enorme redactionele klus. Dus ik heb het geluk gehad dat ik kon samenwerken met Norbert. Hij is botanisch filosoof en heeft een enorm netwerk in die wereld. Zijn expertise over met name de 19e-eeuwse botanie was een mooie aanvulling op mijn eigen kennis.

Flora Batava

Op dit moment is er ook een tentoonstelling over de Flora Batava in het Huis van het Boek in Den Haag. Wat kunnen we daar verwachten? Alleen de 28 delen van de Flora Batava? Of is er nog meer te zien?

We wilden heel graag het publiek de gelegenheid geven om het originele materiaal van de Flora Batava te zien. Daar zijn drie zalen aan gewijd en daar zie je verschillende delen met de verschillende technieken. Ook wilden we de planten de hoofdrol geven, met de verhalen die de experts erbij hebben geschreven. Van de honderd verhalen uit het boek hebben we er twintig uitgekozen die in de expo zijn uitgelicht. De gele plomp, die ook gekozen is als beeldmerk, is zo’n plant die heel veel voorkomt en echt symbool staat voor Nederland Waterland. De wortel van die plant kun je eten en die werd vroeger wel gebruikt in tijden van hongersnood. Dat soort kennis is helemaal vergeten, maar staat wel in de Flora Batava. Wat heel uniek is, is dat alle originele tekeningen van de Flora Batava bewaard zijn gebleven. Die liggen deels in de UB Wageningen en deels bij Naturalis Biodiversity Center in Leiden. En daarvan zijn er een paar in de tentoonstelling te zien. Je kunt daar het hele maakproces in terugzien, er staan zelfs krabbeltjes bij van redacteuren die zeggen: dit moet groener of daar moeten meer haren op de steel.

Wordt de Flora Batava nog in een bredere context geplaatst?

Zeker. De andere drie zalen gaan over andere plantenboeken, voorlopers en navolgers. Daar liggen ook 14e- en 15e-eeuwse handschriften en getijdenboeken met mooie randversieringen. We tonen daar bijvoorbeeld ook de kruidboeken van Dodoens. Hij schreef echt de grote medisch-botanische bestseller uit de 16e eeuw. En ook andere nationale flora waar Sepp zich door heeft laten inspireren, zijn te zien, net als de andere nationale natuurboeken die Sepp zelf heeft gemaakt, zoals de Nederlandsche Vogelen. In de 19e en 20e eeuw worden wilde planten overigens herontdekt en vormen ze een belangrijk thema in de kunst en cultuur. Van die toepassing in de art nouveau en jugendstil hebben we ook voorbeelden opgenomen.

De tentoonstelling is vormgegeven door Anke Broere en wordt ondersteund door prachtig artwork van Olivia Ettema. Hoe heeft zij zich door de Flora Batava laten inspireren?

Olivia Ettema heeft zich vooral laten inspireren door de ambachtelijkheid waarmee de Flora Batava tot stand gekomen is. Zij werkt zelf met linosneden en heeft grote decorstukken gemaakt, waardoor je het gevoel hebt als een Alice in Wonderland door de wilde planten te lopen. Dat werkt heel vervreemdend en maakt het echt een beetje een experience.

Bezoekers van de tentoonstelling

Waarom mogen mensen de tentoonstelling absoluut niet missen?

De tentoonstelling zorgt ervoor dat je met andere ogen gaat kijken naar wilde planten. Er zijn nogal wat problemen met onze wilde planten. Zo staan er 25 soorten in de Flora Batava die inmiddels al niet meer voorkomen in Nederland. In de laatste zaal leggen we heel bewust die relatie met het heden. Aan de ene kant heb je de problemen met de biodiversiteit en het verdwijnen van planten, maar aan de andere kant beschouwen mensen planten vaak alleen nog maar als decoratie en raken ze geïrriteerd over brandnetels en paardenbloemen in het gazon. Door al die mooie boeken te tonen en te laten zien hoeveel mensen vroeger van deze planten wisten en hoe ze kunstenaars hebben geïnspireerd, hopen we dat de bezoeker wilde planten weer echt leert zien.

Esther van Gelder & Norbert Peeters (Reds.), Flora Batava 1800-1934: De wilde planten van Nederland,
Lannoo, Tielt/Amsterdam, 2023,
ISBN 978 94 0148 666 8,
912 pp. Prijs: € 79,-.

De tentoonstelling Flora Batava: Wilde planten in boeken toen en nu is van 22 april t/m 3 september 2023 te zien in Museum Meermanno | Huis van het boek in Den Haag.
Meer informatie

Anna Rademakers is collectiespecialist cultuurgeschiedenis bij de Koninklijke Bibliotheek. Ze is lid van de redactie van Neerlandia.
Contact: anna.rademakers@kb.nl

Dit artikel werd gepubliceerd in Neerlandia 2023/2.

Naar boven