Kennismaking met de nieuwe leden van het ANV-bestuur 

Het ANV-bestuur heeft negen leden: vier uit Nederland, vier uit Vlaanderen en een uit Zuid-Afrika. In de laatste algemene vergadering zijn Axel Buyse en Ludwig Caluwé benoemd in het bestuur. Ludwig Caluwé is vervolgens gekozen tot secretaris. Wij vroegen ze om hun band met de Nederlands-Vlaamse samenwerking. 

Ludwig Caluwé (links) en Axel Buyse op de beleidsdag van het ANV-bestuur, Renesse, 2 september 2022

Samenwerken is vooral mogelijk op basis van ‘welgemeend gedeeld eigenbelang’ 

Axel Buyse 

Zover mijn geheugen reikt, heb ik altijd ‘iets’ met Nederland gehad. Dat bleef lang beperkt tot de gezinsuitjes naar het toentertijd exotisch lijkende Sluis, net over de grens bij Knokke. De bewoners schakelden er moeiteloos over van het West-Vlaams – ook mijn ‘moedertaal’ – op een vlekkeloos klinkend algemeen Nederlands. Dat stak en zorgde er mee voor dat ik in de kostschool in Kortrijk avond na avond mijn uitspraak oefende. Dat deed ik samen met een geestesgenoot, die net als ikzelf uitgesloten bleef van het sporten wegens te knullig.  

Opgroeiend in de jaren zestig raakte ik in de ban van het gemeenschappelijk verleden van Noord en Zuid. Ik las hoe het calvinisme vanuit het gebied dat we nu Frans-Vlaanderen noemen, de hele Nederlanden overrompelde. Hoe hele stadjes op de loop waren gegaan voor de Spaanse repressie en de bevolking met hebben en houden richting Zeeland was vertrokken, en vandaar hogerop, naar Delft, Haarlem, Leiden of Amsterdam. Ik kreeg een oude Britse kaart in handen waarop de schansen afgebeeld stonden die in de late 17e eeuw door de Franse troepen van Lodewijk XIV in de buurt van mijn dorp waren opgetrokken – in het zweet van de opgeëiste lokale bevolking. Onderdeel van de eeuwenoude Franse pogingen om de Lage Landen in te lijven. 

Geschiedenis studeerde ik in Leuven. Na een paar jaar lesgeven kon ik aan de slag als redacteur bij de Brusselse krant De Standaard. Mijn prioritaire opdracht lag in Afrika en op de Balkan. Maar Nederland verloor ik nooit helemaal uit het oog. Tegen 2002 was ik de verkleutering van de krant beu. Ik ging voor de universiteit werken en nam tussendoor deel aan het ‘diplomatiek examen’. Tot mijn vreugde kon ik per 1 januari 2003 aan de slag als diplomatiek vertegenwoordiger van Vlaanderen in Den Haag. 

In totaal zou ik er ruim tien jaar verblijven, in twee beurten. In die periode maakte ik de trage ‘dooi’ mee van de officiële betrekkingen tussen Nederland en Vlaanderen. Den Haag zette zijn onverschilligheid tegenover België en de schrik om betrokken te raken in de ‘taalstrijd’, opzij. Voortaan luidde het dat zaken doen met de deelstaat Vlaanderen, op basis van de grondwettelijke ordening in België, Nederlands belangen diende. Visionaire diplomaten ontwikkelden in de jaren daarna mee het idee dat onze geostrategische ligging, in de Gouden Delta, ons tot samenwerken noopte. Een idee waaruit langzaam de formule groeide dat Vlaanderen en Nederland hun taal en geschiedenis delen, maar dat samenwerken vooral mogelijk is op basis van welgemeend gedeeld eigenbelang. Ik beschouw die formule nog altijd als mijn motto. 

Alleen samenwerking brengt oplossingen 

Ludwig Caluwé 

Met mijn huwelijk, 33 jaar geleden, verhuisde ik van de streek ten zuiden van Antwerpen naar Essen bij Roosendaal. Ik merkte snel hoe relatief de grens er is. Grotere aankopen, fietstochtjes, zwembadbezoek, een dagje strand, een filmpje meepikken, het gebeurt vaak in Nederland. Bij de Essense bakker, drankenhandel en benzinepomp tref je dan weer Nederlanders uit de buurgemeenten. Ook het verenigingsleven op het Brabantse/Kempische platteland is verweven. Ach, er wordt aan de toog wel graag een boompje opgezet over de verschillen tussen ‘den Bels’ en ‘den Ollander’, maar aan beide zijden wordt even hard carnaval gevierd of aan bloemencorso’s gewerkt. Bij de harmonie zitten Vlaming en Nederlander samen muziek te maken en dan is er nog de gemeenschappelijke passie, de wielersport. Mathieu en Wout hebben weliswaar een verschillende indentiteitskaart, maar hebben allebei een Nederlandse vader en gingen in België naar school. De Belg rijdt voor een Nederlandse ploeg, de Nederlander voor een Belgische. Kan het treffender? 

Enkele jaren later raakte ik eerst in de Senaat en later in het Vlaams Parlement verkozen. De dossiers met Nederland kwamen op mijn tafel. Grensarbeid, de vaste boekenprijs, het ambulancevervoer, de uitdieping van de Schelde, voer voor vele discussies met administraties en met Nederlandse collega’s, bilateraal of in het Benelux-parlement.  

De laatste jaren van mijn politieke loopbaan mocht ik de provincie Antwerpen meebesturen. Opnieuw zat de samenwerking met de Nederlandse buurprovincies in mijn portefeuille. Als uitloper daarvan begeleid ik nu nog de aanvraag om de Scheldedelta te erkennen als Unesco-Geopark. 

Al die jaren was ik passief ANV-lid. Neerlandia waardeerde ik als hoogstaand blad, dat me uitstekend informeerde over de evoluties op het vlak van taal, cultuur en Vlaams-Nederlandse samenwerking. En via mijn schoonvader Herman Suykerbuyk hoorde ik wel eens wat over het ANV als vereniging.  

Nu ik wat meer tijd vrij krijg, zet ik graag mijn schouders onder het ANV.  

In de 127-jarige geschiedenis is er veel bereikt van wat het ANV beoogde. Wetten zorgen voor waarborgen en tal van overheidsinstellingen en gesubsidieerde organisaties werken aan de uitvoering van de doelstellingen.  

Schitterend, maar tegelijk dreigt verstening en verstarring. Er blijft behoefte aan een vereniging die aandacht blijft hebben voor waar we vandaan komen, het bestaande kritisch opbouwend beschouwt en kansen biedt aan wat vernieuwend opduikt. 

Taal en cultuur blijven immers in volle evolutie. En alle retoriek over Vlaams-Nederlandse samenwerking ten spijt maakte de coronaperiode pijnlijk duidelijk hoezeer de Nederlandse en Vlaamse overheid hun beleid op essentiële punten niet op elkaar afstemmen. 

Onze westerse en mondiale samenleving staat voor belangrijke uitdagingen. Enkel samenwerking zal oplossingen brengen. Laat ons met het ANV ervoor ijveren dat minstens buren die dezelfde taal spreken, samen in dezelfde richting optrekken.  

Dit artikel werd gepubliceerd in Neerlandia 2022/3.

Naar boven