Nieuwe ANV-voorzitter Jan Lonink: grenzen slechten

Interview

Paul van Velthoven

Met veel genoegen kijkt Jan Lonink terug op de prijsuitreiking van de Visser Neerlandiaprijzen in het AMUZ-theater in Antwerpen op zaterdag 30 oktober. Daar kregen de Vlaamse dirigent Herman Engels en het Reynaertgenootschap elk hun prijs met bijbehorende oorkonde uit handen van de nieuwe voorzitter van het ANV. Het was Loninks eerste openbare optreden in deze rol.

Jan Lonink in gesprek met ANV-leden op de receptie van de uitreiking van de Visser-Neerlandiaprijzen op 30 oktober 2021 | Jo De Rammelaere

“Dat is het leuke van je taak. Dan sta je in de schijnwerpers, je laat zien waarvoor het ANV staat, maar achter de schermen gaat natuurlijk het echte werk komen, dat is wat telt. Verwacht daarom van mij niet dat ik nu al weet welke koers ik voor het ANV zie”, zegt hij in een gesprek op het kantoor van het ANV in Den Haag. “Ik ga mij goed oriënteren bij de afdelingen, vergaderin-gen bezoeken om te weten welke mogelijkheden er zijn. Het aantal leden zal omhoog moeten.”

Vooral in het werk achter de schermen heeft de nieuwe voorzitter in de bijna achttien jaar dat hij burgemeester van Terneuzen is geweest, zijn kwaliteiten bewezen. Lonink blijkt geen man te zijn die grote woorden in de mond neemt, maar wel weet van aanpakken. Van allerlei kanten werd hem bij zijn afscheid als burgemeester dit voorjaar in een speciaal symposium lof toege-zwaaid voor de brede grensoverschrijdende samenwerking tussen Zeeuws Vlaanderen en het Vlaamse achterland, die in zijn ambtsperiode werd gerealiseerd. Het ging hier in de eerste plaats om economische samenwerking tussen bestuurders uit Zeeuws en Oost-Vlaanderen, maar ook om grensoverschrijdende samenwerking bij sportevenementen en culturele manifestaties. Ook daar gebeurde het nodige. Maar beperken wij ons tot het eerste. De havens in Zeeland richtten zich in het begin van de nieuwe eeuw nog op Rotterdam als centrum van handel. Maar na 2003 werd dat spoor verlaten. Het bleek een beter idee om in het vrij geïsoleerde Zeeuws Vlaanderen aansluiting te zoeken bij de Vlaamse zuiderburen.

“Ik ga mij goed oriënteren bij de afdelingen, ver-gaderingen bezoeken om te weten welke mogelijkheden er zijn. Het aantal leden zal om-hoog moeten”

Voor het echter zover was, waren onder de kabinetten-Balkenende grote problemen ontstaan over de milieuparagraaf van het verdrag over de uitdieping van de Westerschelde. Om de natuur te herstellen, moest de 260 hectare tellende Hedwigepolder weer aan het water worden prijsge-geven. Dat was tegen het zere been van veel Zeeuwen. De verhoudingen tussen de buurlanden verslechterden zienderogen. Maar in 2012 gaf het Nederlandse kabinet-Rutte II zijn verzet op en werd alsnog tot ontpoldering besloten. Er ging tijd overheen om de verzuurde verhoudingen te herstellen, maar aan beide zijden van de grens brak het inzicht door dat door de handen ineen te slaan, iedere partij daar baat bij zou hebben.

Zo kwamen in 2018 de bestuurders van de Zeeuwse havens in nauw overleg met Gent tot een unieke grensoverschrijdende samenwerking, de North Sea Port. In vorige edities van Neerlandia is daar al de nodige aandacht aan besteed. Een van de belangrijkste gangmakers was de burge-meester van Terneuzen. Staatssecretaris Raymond Knops van het Nederlandse ministerie van Binnenlandse Zaken gaf in het afscheidssymposium de eer aan Lonink voor het feit dat samen-werking op zo’n grote schaal voor het eerst in Zeeuws Vlaanderen is gelukt en niet in Limburg, waar Knops zelf vandaan komt. Filip d’Havé, vertegenwoordiger van de Vlaamse regering in Den Haag, was nog veel uitgesprokener over Loninks rol in deze samenwerking.

Een carrière in de politiek
Jan Lonink vertelt dat zijn eerste interesse lag bij economische vraagstukken. De interesse voor (taal)cultuur, het Nedersaksisch bijvoorbeeld van zijn Overijsselse geboorteplaats Markelo, kwam pas toen hij vele jaren later in deze streek een burgemeesterspost bekleedde. Tussen 1968 en 1974 studeerde hij aan de Rotterdamse Erasmus Universiteit bedrijfseconomie. Nog tijdens zijn studie werd hij politiek actief bij de sociaaldemocratische PvdA. De jaren zeventig waren politiek woelige tijden. Met PvdA-leider Joop den Uyl kwam toen het meest revolutionaire kabinet in de Nederlandse naoorlogse parlementaire geschiedenis tot stand. Maar met haar po-larisatiestrategie jegens christendemocraten en liberalen overspeelde de PvdA haar hand. Ze verdween voor langere tijd in de oppositie en een hele generatie ambitieuze PvdA’ers kwam niet meer aan de bak.

Voor Jan Lonink had dat ook gevolgen. Als voorzitter van de PvdA voor het gewest Overijssel kwam hij vaak bij de partijbonzen in Den Haag over de vloer. Pas in 1987 kwam hij in de Tweede Kamer en twee jaar later regeerden christendemocraten en sociaaldemocraten in het kabinet-Lubbers-Kok voor het eerst weer samen. Nu kon Lonink zijn interesse voor internationale sa-menwerking alsnog botvieren. Hij maakte enkele grote reizen als Kamerlid, was samen Erik Jurgens betrokken bij het verdrag van Maastricht in 1990, waarin de komst van de euro werd aangekondigd.

Lonink beschrijft zijn eigen bezigheid als het slechten van grenzen
In 1994 verliet Lonink door verlies van zijn partij de Kamer. Hij kreeg echter via zijn partij een tijdelijke burgemeesterspost aangeboden in het Drentse Norg. Hij accepteerde en zo verdwenen de internationale ambities van Jan naar de achtergrond. Na posten in Holten en Sas van Gent werd hij in 2003 burgemeester van de net vergrote gemeente Terneuzen. In dit grensgebied kon Jan zijn internationale ambities alsnog waarmaken. Mensen prijzen hem om de cruciale verbin-dende rol die hij hier gespeeld heeft bij het opzetten van allerlei vormen van samenwerking, want dit zou zijn motto kunnen zijn: op de mensen komt het aan. Zijn grote netwerk kwam het daarbij van pas. Naast allerlei andere nevenfuncties werd Lonink ook hoofd van de veiligheids-regio Zeeland. Dus zat hij samen met de voorzitters van de andere veiligheidsregio’s aan tafel bij minister Ferd Grapperhaus. In Den Haag. Lonink wist gedaan te krijgen dat de grenzen met het Vlaamse achterland open bleven. Grapperhaus prees hem daarvoor nadrukkelijk.

Lonink beschrijft zijn eigen bezigheid als het slechten van grenzen. Hij realiseert zich ook dat in een tijd waarin identiteitspolitiek doorwerkt in heel het culturele en maatschappelijke leven, deze taak niet gemakkelijk is. Het ANV wil immers laten zien waarvoor het taalkundig en cultu-reel staat. Hij voelt zich daarbij geïnspireerd door wat de Vlaamse schrijver Stefan Hertmans onlangs opmerkte in de voorbereiding voor diens Van der Leeuw-lezing over identitair denken. Als dit inhoudt dat een individu zich voortdurend moet aanpassen in de sjabloon van de organi-satie of culturele of etnische groep waartoe hij of zij behoort, zijn we niet op de goede weg, zei Hertmans. Jan Lonink zal dat van harte onderschrijven.

Paul van Velthoven was o.a. Nederlands correspondent bij Le Monde en De Standaard. Hij is lid van de redactie van Neerlandia.
Contact: paulvanvelthoven@kpnmail.nl

Dit artikel werd gepubliceerd in Neerlandia 2021/4.

Naar boven