Nederlandse kunstenares Fré Cohen groeide op in Antwerpen

Tentoonstelling in Museum Het Schip in Amsterdam

Alice Roegholt

De grafisch kunstenares Fré Cohen komt voor in de rij van de duizend belangrijkste vrouwen uit de Nederlandse geschiedenis. Haar werk is beroemd. Menig museum in Nederland heeft werk van haar in de collectie, evenals het Museum of Modern Art (MOMA) in New York. Minder bekend is dat zij in haar jeugd vijf jaar in België heeft gewoond en daardoor zeker beïnvloed is.

Fré Cohen (1903-1943)

Fré Cohen werd op 11 augustus 1903 geboren in Amsterdam-Oost, waar veel Joden woonden. Haar ouders waren diamantbewerkers. In die tijd was er een nauwe relatie tussen de diamantslijperijen in Amsterdam en Antwerpen. Als er in Amsterdam geen werk was, probeerden diamantbewerkers in Antwerpen aan de slag te gaan. Hierdoor had Antwerpen een grote kolonie Nederlandse diamantslijpers. Ook de vader van Fré Cohen trok regelmatig naar Antwerpen. In 1908 ging het hele gezin mee. Het eerste adres waar de familie zich op 15 augustus 1908 inschreef, was de Kleine Beerstraat 58 in de Antwerpse Joodse buurt. Op hetzelfde adres woonde familie van Fré Cohens moeder, die eveneens in het diamantvak zat. Al na een paar maanden verhuisde het gezin naar een straat nabij, de Lange St.-Jacobstraat 87, tegenwoordig de Generaal Drubbelstraat, in de toenmalige gemeente Berchem. Hier heeft Fré Cohen samen met haar vader en moeder en haar zusje Fie bijna vijf jaar gewoond. Op 21 juli 1912 werd op dit adres ook haar broertje Berrie geboren.

Schoolklas, ca. 1910 met Fré Cohen op de voorste rij, derde van rechts

Ic sie des meyen schyn

We mogen ervan uitgaan dat Fré Cohen door de Antwerpse periode zeer beïnvloed is. Haar zus heeft later verteld dat Fré Cohen al op de lagere school voortdurend aan het tekenen was. In haar werk zien we af en toe invloeden die ze in België heeft opgedaan, waaronder de art nouveau. Ook tekende ze soms katholieke nonnetjes en kerstkaarten. In 1938 heeft ze een boek samengesteld met Belgische en Nederlandse volksliederen met als titel Ic sie des meyen schyn. Dit boek was prachtig gekalligrafeerd. Het blad Elckerlyc uit Antwerpen schreef in een recensie dat het ‘Vlinderboek’ een juweeltje was van typografische kleurendruk.

Pagina met kalligrafie in Ic Sie des Meyen Schyn, 1938

Op 10 oktober 1913, vlak voor het begin van de Eerste Wereldoorlog, keerde het hele gezin weer terug naar Amsterdam. Vader Cohen ging nog wel een paar keer terug naar Antwerpen om daar te werken, maar de rest van het gezin bleef in Amsterdam wonen.

Amsterdamse School

In Amsterdam werd toen net de basis gelegd voor een nieuwe kunststroming: de Amsterdamse School. De stad breidde uit en er werden nieuwe wijken aangelegd met gebouwen in een zeer expressionistische stijl. Vanaf 1918 verscheen het tijdschrift Wendingen. Het was de spreekbuis van de Amsterdamse School. In het blad werd niet alleen aandacht besteed aan architectuur, maar ook aan de diverse kunsten, waaronder de typografie. Fré Cohen werd sterk door de Amsterdamse School beïnvloed. Zij kwam zelf midden in de nieuwe wijken wonen, en ging ook in deze stijl werken.

Feministe

Fré Cohen deelde de idealen van de Amsterdamse School met als slogan niets is mooi genoeg voor de arbeider, die al zo lang zonder schoonheid heeft moeten leven. Zij was ook zeer sociaal bewogen. Veel van haar grafisch werk verrichte zij voor aan de arbeidersbeweging gelieerde organisaties. Zij maakte veel boekomslagen voor de Arbeiders Jeugd Centrale (AJC) en kwam in dienst bij een socialistische uitgeverij: De NV Ontwikkeling, de latere Arbeiderspers. Een omslag dat zeer geprezen werd, was de band voor het boekje Socialisme als Kultuurbeweging van Hendrik de Man. Het had de kleuren van de Belgische vlag: geel en zwart.

Fré Cohen was een zelfbewuste vrouw, een feministe. Zij maakte veel grafisch werk voor de toenmalige vrouwenbeweging, onder andere in het tijdschrift De Proletarische Vrouw. Bijzonder was dat zij carrière wist te maken in een mannenwereld. Als een van de weinige grafisch vormgevers kon zij goed van haar werk leven. Dat werd niet altijd gewaardeerd, want zij kon ongeduldig zijn als iets niet gebeurde zoals zij het wilde. Van mannen kreeg ze daarom de bijnaam: Saartje Wip.

De Proletarische Vrouw, jubileumuitgave 1930

Amsterdamse drukkerij

In 1929 kwam Fré Cohen in dienst bij de Amsterdamse stadsdrukkerij en werd verantwoordelijk voor de grafische vormgeving van het gemeentelijk drukwerk. Zo ontwierp zij de stadskalender en het gemeentelijk giroboekje. Ook ontwierp zij nieuwe stadswapens. Haar aanstelling trok veel aandacht. Voor het eerst stond er namelijk een vrouw aan het hoofd van de gemeentelijke vormgeving. In Duitsland werd zij als voorbeeld gesteld en in Engeland werd zij gevraagd om een serie lezingen te houden over de Modern Layout in Holland.

De Phoenix, voorkant, september 1930

Joodse vluchtelingen

De Joodse afkomst van Fré Cohen speelde aanvankelijk geen grote rol in haar werk. In haar familie werden Joodse tradities nog wel in ere gehouden, maar het geloof stond op een laag pitje. Hierin kwam verandering door de gebeurtenissen in Duitsland, waar Hitler de macht overnam. Het leidde tot een grote stroom van Joodse vluchtelingen naar Amsterdam. Fré Cohen ging zich voor deze vluchtelingen inzetten. Zij maakte onder andere ontwerpen voor een Noodfonds om Joodse vluchtelingen financieel bij te staan. Voor de uitgeverij Querido maakte ze verscheidene omslagen van boeken die door gevluchte Duitse schrijvers werden uitgebracht, de zogenaamde Exilliteratuur.

Vrij werk

In de jaren dertig was Fré Cohen een beroemde naam. Niet alleen door haar grafische vormgeving maar ook door haar vrije werk. Ze schilderde veel en exposeerde haar werk regelmatig op exposities van kunstenaarsverenigingen in het Stedelijk Museum. Ze werd een bohemien die op vakantie ging naar Ascona, waar meer kunstenaars kwamen, waaronder veel gevluchte Joodse kunstenaars uit Duitsland. Hier maakte ze zeer kleurrijke aquarellen en krijttekeningen.

Duitse inval

De Duitse inval op 10 mei 1940 veranderde veel. Zij kon niet meer onder haar eigen naam werken en ging zich bedienen van een schuilnaam: Freco. Van de gemeente Amsterdam kreeg ze geen opdrachten meer. Ze werd nog een tijdje lerares op een Joodse Kunstnijverheidsschool, maar ook hier moest ze vertrekken, omdat ze op een lijst stond om gedeporteerd te worden. Met een aantal familieleden, waaronder haar vader, was dat al gebeurd. Fré Cohen zou op verschillende adressen onderduiken, maar uiteindelijk verraden worden. Op 10 juni 1943 werd ze opgepakt. Omdat ze door haar contacten met Joodse vluchtelingen zeer goed besefte wat haar te wachten stond, besloot ze gifpillen in te nemen, die ze altijd al voor dat moment bij zich droeg. Ook op dat punt was ze zelfbewust: mij krijgen ze niet levend. Twee dagen later stierf ze in een ziekenhuis in Hengelo. Ze werd begraven op de Joodse begraafplaats aldaar.

Hernieuwde aandacht

De belangstelling voor Fré Cohen is de afgelopen jaren weer fors toegenomen. Haar werk vertegenwoordigt idealen om schoonheid onder het volk te brengen. Een maatschappelijke betrokkenheid die ook vandaag de dag inspireert. Amsterdamse School Museum Het Schip organiseert vanaf 2 november 2021 een grote expositie over haar leven en werk, met daarin voor het eerst aandacht voor haar jeugdjaren in Antwerpen. Tegelijkertijd verschijnt een publicatie met de titel Grafisch kunstenares Fré Cohen, vorm en idealen van de Amsterdamse School.

Expositie Fré Cohen
2 november 2021 – 4 september 2022
Museum Het Schip, Amsterdam
Meer informatie: hetschip.nl

Alice Roegholt is directeur van Museum Het Schip
Contact: a.roegholt@hetschip.nl

Dit artikel werd gepubliceerd in Neerlandia 2021/3.

Naar boven