De Schrikvraag

Ben ik nu echt de man waarmee ze getrouwd is?

Dat klinkt toch echt alsof ik haar hondje ben! De hond met wie ze gaat wandelen! Er zijn drie mensen gewond geraakt, waarvan een kritiek. Dat lijkt mij al iets minder erg. Cancellara is de beste waarmee ik ooit gewerkt heb. Cancellara zal wel verf zijn, denk ik dan. Messi was niet de beste speler waarmee ik samenspeelde. Toegegeven, nu denk ik eerst: wie dan wel? En niet: wat dan wel?

Komt waarmee niet van met wat? En is wat niet bewust denigrerend als je ermee naar een menselijk wezen verwijst? Met wat ik getrouwd ben! Met wie ik getrouwd ben? Met een vrouw die mij voorstelt als de man waarmee ze getrouwd is.

Mark Uytterhoeven uit in De schrikvraag zijn verwondering of verbazing over een of andere taalontwikkeling. Peter Debrabandere legt uit waar de ontwikkeling vandaan komt en hoe we eventueel normatief tegen de ontwikkeling aan kunnen kijken.

De regel
De keuze tussen waarmee en met wie, waarvoor en voor wie, waaraan en aan wie bij verwijzingen naar personen is lange tijd een stokpaardje geweest van het taalonderwijs in Nederland en Vlaanderen. En dat is het soms nog steeds. Veel moeite hoef je niet te doen om in taaladviesboeken of schoolboeken een passage te vinden waarin uitdrukkelijk gezegd wordt dat waarmee, waarvoor, waaraan … bij voorkeur voor zaken gebruikt worden en met wie, voor wie, aan wie … bij voorkeur voor personen. Vaak wordt daarbij een onderscheid gemaakt tussen spreektaal/omgangstaal (waarin waarmee … gedoogd wordt) en de verzorgde (schrijf)taal (waarin met wie … de voorkeur krijgt):

Ben ik nu echt de man met wie ze getrouwd is? (= spreektaal & schrijftaal)
Ben ik nu echt de man waarmee ze getrouwd is? (= afgekeurde vorm of hooguit geschikt voor spreektaal; niet/minder geschikt voor (verzorgde) schrijftaal)

Taaladvisering en de ANS
Meermaals wordt uitdrukkelijk gezegd dat beide mogelijkheden goed of correct Nederlands zijn. Zo schrijft taaladvies.net: “Beide verwijzingen zijn correct.” En onzetaal.nl: “Het is grammaticaal allebei juist.” Die vaststelling lees je ook in taalboeken. Vaak wordt er dan snel aan toegevoegd dat er een traditionele schoolregel is die toch een onderscheid maakt, dat het beleefder is om bij verwijzing naar personen met wie, voor wie, aan wie … te gebruiken, dat veel mensen in formele geschreven taal de voorkeur geven aan met wie, voor wie, aan wie … Van de online taaladviesdiensten is vrttaal.net het strengst: “In verslaggeving staat het slordig om met ‘waaraan’, ‘waarbij’, ‘waardoor’, ‘waarnaar’ enz. naar mensen te verwijzen.” Ook de Algemene Nederlandse Spraakkunst (1997/2021) is vrij strikt: “Vooral in gesproken taal kan een voornaamwoordelijk bijwoord bovendien gebruikt worden om naar personen te verwijzen. Dit gebruik, dat met name bij betrekkelijke voornaamwoordelijke bijwoorden voorkomt, behoort in de meeste gevallen tot de informele taal.”

Die spreidstand tussen enerzijds de vaststelling dat beide mogelijkheden correct zijn, en anderzijds de aanbeveling om spreek- en schrijftaal gescheiden te houden en in verzorgde schrijftaal toch bij voorkeur met wie, voor wie, aan wie te gebruiken, is op zijn minst merkwaardig te noemen. Vooral omdat dat advies gebaseerd wordt op een (vermeende) taalregel die nu eenmaal vereist dat je met wie enz. voor personen gebruikt, of op de voorkeur van de taalgebruikers die blijven vasthouden aan die regel.

Het werkelijke taalgebruik
De werkelijkheid is dat zo’n taalregel eigenlijk nooit bestaan heeft, tenminste als we met taalregel ‘de beschrijving van het werkelijke taalgebruik’ bedoelen, want al in het Middelnederlands komen verwijzingen met waarmee, waarvoor, waaraan … (toen nog: daarmee, daarvoor, daaraan …) voor met betrekking tot personen. En dat is eeuw na eeuw zo gebleven. Zo schreef Jacob van Maerlant in zijn Spiegel historiael (1288):

Entie quade valsche propheete
Smerdene met sinen beheete,
Den verdoemden riken man
Daer gheen behout en was an.

[de lelijke, valse ‘profeet’ palmde met zijn beloften de verdoemde rijke in, die man voor wie toch geen redding meer mogelijk was]

In Beatrijs (1374) lezen we:

Die jonghelinc sach op die suverlike,
Daer hi ghestade minne toe droech.

[De jongeling keek de mooie vrouw, op wie hij zo hevig verliefd was, aan.]

En dat gaat zo eeuw na eeuw door. Zo lezen we in de Oprechte Haerlemsche courant van 14 maart 1671: “[…] en heeft den Coningh alle sijn Generaels genoemt, daer hy mede nae dese kant komt”. En in de Leeuwarder courant van 7 januari 1840: “Met leede oogen ziet men door ’s Konings voorzeker wijze beschikking voor een ruimer en werkzamer werkkring en hoogere belangen van het dierbaar Vaderland van hier vertrekken den man, waaraan Drenthe reeds zoo veel te danken heeft en van welken het nog zoo veel verwachten mogt.”

Balthazar Huydecoper
Hoe valt het dan te verklaren dat wij nu geheel kunstmatig een regel toe willen passen die nooit bestaan heeft? Omdat ergens in het verleden iemand een regel verzonnen heeft, die niet op het echte taalgebruik gebaseerd was, maar op de wens om twee mogelijkheden (bv. waarmee en met wie) te onderscheiden voor twee verschillende toepassingen: waarmee voor zakenen met wie voor personen. Het is het zoveelste voorbeeld van de drang van taalberegelaars om bij het bestaan van twee mogelijkheden om hetzelfde uit te drukken, een betekenisverschil of functieverschil aan de taalgebruikers op te leggen. Dat kunstmatige onderscheid is voor zover te achterhalen valt, voor het eerst aangebracht in het begin van de 18e eeuw. Balthazar Huydecoper schreef in 1730 (Proeve van Taal- en Dichtkunde; in vrijmoedige aanmerkingen op Vondels vertaalde Herscheppingen van Ovidius, p. 469):

Maar zoals gezegd: het onderscheid was en is volstrekt kunstmatig. Het was niet gebaseerd op een bestaand gebruik, maar op de individuele overtuiging van een taalberegelaar. Later is Huydecoper door de Nederlandse taalkundige R.A. Kollewijn een taaldespoot uit de pruikentijd genoemd.

Zoals dat met veel kunstmatig tot stand gebrachte taalregels ging – denk maar aan het verschil tussen hen en hun, tussen naar en na, tussen mij en mijn – is ook deze regel in de schoolboeken terechtgekomen … en later in de taaladvisering. Zulke kunstmatige regels hebben soms de neiging in de spreektaal geen vaste voet aan de grond te krijgen (zoals dat ook met hun en hen het geval is). En zo komt het dat dan maar pragmatisch een oogje dichtgeknepen wordt voor de spreektaal of informele taal, maar voor de schrijftaal vastgehouden wordt aan de regel.


Balthazar Huydecoper (1695-1778), geportretteerd door Jan Maurits Quinkhard (1688-1772) en Jacob Houbraken (1698-1780) | Bron


Mark Uytterhoeven is neerlandicus. Hij was sportjournalist, tv-maker en tv-presentator. Sinds 2014 is hij docent aan de hogeschool Thomas More in Mechelen.
Contact:
mark.uytterhoeven@gmail.com
Peter Debrabandere is docent Nederlands, Duits en copywriting aan de Katholieke Hogeschool VIVES, Brugge. Hij is hoofdredacteur van Neerlandia.
Contact:
peter.debrabandere@scarlet.be


Dit artikel werd gepubliceerd in Neerlandia 2021/2.

Naar boven