“Beter een goede buur dan een verre vriend” 

Erik Schroeven wil Nederlandse en Belgische mentaliteit in handel samenbrengen 

door Peter van den Assem

De Nederlandse Kamer van Koophandel voor België en Luxemburg (NKVK) is een aanspreekpunt, vraagbaak, netwerkclub en opleidingsinstituut onder één dak. De organisatie, die kantoor houdt in Brussel, werd in 1902 opgericht voor Nederlandse ondernemers die zaken (willen gaan) doen in België en Luxemburg. In april van dit jaar trad Erik Schroeven aan als nieuwe directeur. Hij ziet nog veel mogelijkheden voor Nederlandse bedrijven. “Natuurlijk is het sexy om iets op te starten in Colombia. Maar ik wil dat die bedrijven potverdorie hiernaartoe komen.” 

Belgen komen te laat op afspraken, ze werken niet al te efficiënt, houden vooral van lekker tafelen en koesteren de cultuur van ons-kent-ons. Nederlanders daarentegen zijn nauwelijks beschaafd in de omgang, hebben een grote mond, weten alles beter, zitten op de centen en zijn gastronomisch tot aan het hopeloze toe onderontwikkeld. Zie daar een aantal hardnekkige vooroordelen die aan beide zijden van de Nederlands-Belgische grens floreren. Stereotypen die niet zelden voortkomen uit onwetendheid. 

Belangrijke handelspartners 
Want hoe goed kennen Nederlanders en Belgen elkaar nu feitelijk? Onder de streep: niet zo goed. Dat is vreemd als je bedenkt dat we als Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden een geschiedenis van eeuwen delen. En het is zeker vreemd wanneer je beseft dat Nederland en België economisch veel voor elkaar betekenen. Tien procent van de Nederlandse export ging vorig jaar naar België, zo blijkt uit cijfers van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Het ging om een bedrag van 52 miljard euro. En daarmee is België na Duitsland onze belangrijkste handelspartner. En België profiteert op zijn beurt van Nederland: in 2019 werd voor 45,3 miljard euro aan goederen en diensten naar ons land uitgevoerd. Kortom, we verhandelen jaarlijks voor bijna 100 miljard euro onder elkaar. Geen klein bier. 

Een Nederlander zou een beetje meer mogen luisteren misschien, wat meer vragen mogen stellen en begrijpen dat een Belg wat meer behoefte heeft aan die zekerheden 

En volgens de nieuwe directeur van de Nederlandse Kamer van Koophandel voor België en Luxemburg (NKVK), Erik Schroeven, liggen er voor Nederlandse ondernemers nog veel meer mogelijkheden aan de andere kant van de grens. Bijvoorbeeld in Wallonië. “Er is daar meer ruimte om te ondernemen”, zegt Schroeven, “omdat de wetgeving iets soepeler kan zijn. En Wallonië kan bovendien een mooie springplank vormen naar de Franse markt. Maar een Nederlander gaat er al snel van uit dat dat niet gaat lukken. Ik heb niemand die Frans spreekt, zeggen ze dan. Je komt Nederlanders tegen in India, China, Bangladesh, maar ze hebben schrik van Wallonië. Grappig, toch?” 

Erik Schroeven (Leuven, 1964) ontwikkelde zich met de masters Bedrijfspsychologie en Business Administration, Marketing and Applied Economics op zak tot een ondernemer in verschillende disciplines. Hij werkte voor Seagram (distribiteur van sterke drank en wijn) en het champagnehuis Laurent Perrier. Aanvankelijk in België, maar vier jaar later zwaaide hij als jonge Vlaming voor dat bedrijf de scepter in Parijs. “Met een team van tweehonderd mensen. Een aparte fase in mijn leven”, noemt hij het. Samen met zijn echtgenote zette hij het textielbedrijf Limes op en reed hij anderhalf jaar lang op de motor van Antwerpen naar Houten om de distributie van een aantal bedrijven te verzorgen. “Het was een mooie periode. Karnemelk, broodje kroket. Toch wel anders dan Parijs.” Ook was hij commercieel directeur bij het Vlaamse ondernemersnetwerk Voka, afdeling Vlaams-Brabant. 

Regionale verschillen 
En nu directeur van de Nederlandse Kamer van Koophandel voor België en Luxemburg. Hij weet waar Nederlandse ondernemers tegenaan lopen als ze de stap naar België wagen. “Administratieve rompslomp. Verschil in wetgeving tussen het Brusselse gewest, het Vlaamse gewest en het Waalse gewest. Ik denk dat het in België complexer is. Denk aan een kanaal waar op achthonderd meter andere regels gelden voor laden en lossen, omdat je binnen die afstand in een andere provincie terechtkomt.” 

De NKVK is bijna honderdtwintig jaar geleden opgericht onder meer om Nederlandse ondernemers te gidsen door het mangrovewoud van regels, bepalingen en ambtelijke loketten. Schroeven vindt dat Nederlandse bedrijven zich in België vooral met hun corebusiness bezig moeten kunnen houden, in plaats van tijd te verliezen aan het uitzoeken van administratieve zaken. En the name of the game is in dat geval netwerken: weten waar en bij wie je moet zijn. “Het is niet wie je bent, maar wie je kent”, zegt Schroeven. “Zaken aansturen bij de juiste persoon, op de juiste plaats, op het juiste moment. Ik zeg tegen mensen: ‘Neem contact op met die persoon met mijn groeten. Dan ga je zien dat het iets sneller werkt. En als je een mailtje stuurt, zet mij dan in cc. Dat helpt ook.’” 

Een Belg mag op zijn beurt begrijpen dat een Nederlander wel eens overdonderend enthousiast kan overkomen. Daar moet hij respect voor hebben 

Water bij de wijn 
Erik Schroeven liet bij zijn aantreden als directeur optekenen dat hij de Nederlandse en Belgische mentaliteit dichter bij elkaar wil brengen. Meer onderlinge communicatie, meer uitwisseling van informatie. En vooral meer begrip voor elkaar en elkaars verschillen. “Een Nederlander sluit een overeenkomst eerder af met een handdruk, terwijl een Belg het eerst duidelijk op papier wil met de nodige handtekeningen. Hij wil alles nog eens goed nagelezen hebben. Dat is een groot verschil. Als ik het heb over samenbrengen van die twee mentaliteiten, dan gaat ’t mij erom dat ze allebei een beetje water bij de wijn doen. Een Nederlander zou een beetje meer mogen luisteren misschien, wat meer vragen mogen stellen en begrijpen dat een Belg wat meer behoefte heeft aan die zekerheden. Een Belg mag op zijn beurt begrijpen dat een Nederlander wel eens overdonderend enthousiast kan overkomen. Daar moet hij respect voor hebben.” 

“Zaken aansturen bij de juiste persoon, op de juiste plaats, op het juiste moment. Ik zeg tegen mensen: ‘Neem contact op met die persoon met mijn groeten. Dan ga je zien dat het iets sneller werkt. En als je een mailtje stuurt, zet mij dan in cc. Dat helpt ook.’” 

De goede buur en de verre vriend 
Zeker is dat Nederland en België nog veel van elkaar kunnen leren en profiteren. Maar hebben de twee buurlanden voldoende zicht op elkaars mogelijkheden? “Zeker niet”, zegt Schroeven. “Ik denk aan fietsmobiliteit. Nederland is een fietsland. In België is het afgelopen jaar ook meer behoefte ontstaan aan fietsmobiliteit en -infrastructuur. De Nederlandse Cycling Embassy wil daar een aanbesteding voor doen in Brussel, maar heeft dan een bepaald documentje niet. Wij zorgen daar dan voor en contacteren de juiste instanties. Brussel hoeft dan niet in zee te gaan met een partij uit bijvoorbeeld Amerika. Wij hebben namelijk buren die beter aangepast zijn aan onze lokale infrastructuur en mogelijkheden. Zij kennen dat al uit bijvoorbeeld Rotterdam, waar de situatie niet veel anders is dan in Brussel. Het is ook vlak en het regent er vaker dan in Californië. Het is het verhaal van de goede buur en de verre vriend.” 

Peter van den Assem is journalist en mediatrainer. Hij werkt afwisselend in Nederland en België. 
Contact: via info@anv.nl 

Dit interview werd gepubliceerd in Neerlandia 2020/4.

Naar boven