Welkom mefrrrou! Ahhh Erasmus Huis! Jaaa belangrijk!

Vijftig jaar Erasmus Huis in Jakarta

De Nederlandse zangeres Sanne Rambags en haar band

Auteur: Yolande Melsert

Mefrrrou! Mefrrrou! Mefrrrou! Het duurt even voor ik doorheb dat het voor mij bedoeld is. Aan mijn elleboog verschijnt een kleine meneer in batik hemd. Onder een typisch Javaans petje kijken twee zwarte ogen me stralend aan: “Bent u Nederlands?” Weer die fraai rollende r. Verbaasd, na twee weken in mijn nieuwe land op straat zomaar in mijn eigen taal te worden aangesproken, draai ik me naar hem om. De man heeft een vriendelijk gezicht. Ik schat hem in de zeventig, maar hij kan ook ouder zijn. Mensen lijken hier over het algemeen jonger …

Nieuwsgierigheid en gereserveerdheid spelen een wedstrijdje in mijn hoofd. Het is warm en druk hier midden in de Kota Tua, het oudste stuk Jakarta. Ik heb net twee musea bezocht, koffie gedronken in het befaamde café-restaurant Batavia. Ik ben moe van het rondsjouwen, van alle nieuwe indrukken en van het vele kennismaken de afgelopen dagen. Daarbij zijn de tropen en energie nu eenmaal niet de beste maatjes, zeker niet voor een net gearriveerde bule, een witneus …

De nieuwsgierigheid wint, als zo vaak, en nadat ik bevestigd heb dat ik inderdaad uit Nederland kom en hem op zijn vraag “Hoe lang blijft u?” vertel dat ik hier de komende jaren zal werken, ziet hij zijn kans schoon: Welkom mefrrrou! Ahhh Erasmus Huis! Jaaa belangrijk! Indonesië en Nederland zijn zooo verbonden, weet u.

Hij vertelt dat hij gids is in het Maritiem Museum, hier om de hoek. Ik moet daar beslist een bezoek brengen. Hij heeft altijd in Jakarta gewoond en zijn ouders spraken meestal Nederlands, vandaar mefrou … Hij heeft veel geschiedenis meegemaakt, heel veel, hij weet er ook veel van. Na een vogelvlucht door zijn levensloop eindigt hij met een uit volle borst gezongen Slaap kindje slaap. Ik voel ineens mijn vermoeidheid weer …

Ik bedank hem voor zijn welkomstwoorden en we nemen afscheid, nadat ik heb beloofd snel een bezoek aan het Maritiem Museum te brengen.

Het Erasmus Huis is het enige Nederlandse cultureel centrum in de wereld dat hoort bij een ambassade

Dat zingen van Slaap kindje slaap (en soms: Ik zag twee beren en Poesje mauw) en ook het hartelijke aanspreken overkomen me de maanden daarop vaker. Liedjes en archaïsch Nederlandse zinnen –“Permissie, staat u mij toe u iets te vragen?” – zijn mijn deel. Ik maak een lijst van Nederlandse of daarvan afgeleide woorden. Het is een wonderlijke mengelmoes: rekening, rok, poffertjes, demonstrasi, kantorpos, kamerpas, kios, sopir. De namen van de maanden zijn unaniem te herleiden, Januari, Februari, Maret …, maar de namen van de week weer geenszins, Senin, Selasa, Ruba

Verwarrend. Niet alleen die woorden, maar ook de trots waarmee de woorden worden uitgesproken. We waren immers ooit de koloniale bezetter. Maar het is me snel duidelijk dat Indonesiërs niet zo van het terugkijken zijn, vooral vooruit willen, nieuwsgiering en leergierig zijn, contact willen.

Dat aanspreken gebeurt buiten op straat, in Warungs en Toko’s, maar ook in het Erasmus Huis, het Nederlandse cultureel centrum waar ik sinds mei vorig jaar voor vijf jaar ben aangesteld als directeur. Een bijzondere functie op een bijzondere plek: het Erasmus Huis is het enige Nederlandse cultureel centrum in de wereld dat hoort bij een ambassade. Het prachtige, net gemoderniseerde, multiculturele centrum bestaat uit een bibliotheekleeszaal met 15.000 titels, een tentoonstellingsruimte van 150 vierkante meter en een theater annex concertzaal met 350 stoelen of 650 staanplaatsen. Buiten is er voor activiteiten (zoals de befaamde Pasar Belanda) een groot plein, een amfitheater en ook een restaurantje.

Opening van World Press Photo 2019 met ambassadeur Lambert Grijns, Erasmus Huis-directeur Yolande Melsert en directeur Kunsten van het Indonesische ministerie voor Cultuur

Nergens anders in de wereld heb je als cultureel attaché een heel centrum tot je beschikking om je opdracht – het aanhalen en versterken van de bilaterale betrekkingen – in daden om te zetten. Door de ligging, de opzet en de uitstraling is het Erasmus Huis een aantrekkelijke pleisterplaats voor mensen die geïnteresseerd zijn in Nederlandse kunst en cultuur of simpelweg op zoek zijn naar een inspirerende omgeving. Door de beslotenheid van de ‘ambassadecompound’ kunnen ook activiteiten rondom gevoelige onderwerpen, zoals mensenrechten, in het programma opgenomen worden. Het publiek komt hier naartoe en staat ervoor open nieuwe ervaringen op te doen.

Het Erasmus Huis was in eerste instantie een zaaltje dat in 1970 werd ingericht als bibliotheek, om tegemoet te komen aan de vraag naar Nederlandse lectuur. Het startte met kranten en tijdschriften. Niet veel later kwamen daar boeken bij, romans en non-fictie. Zo groeide het langzaam uit naar een cultureel centrum, waar films werden vertoond, lezingen en andere bijeenkomsten over Nederlands-Indonesische onderwerpen werden georganiseerd en waar soms ook concerten van Nederlandse musici-op-doorreis te beluisteren waren.

Nu, anno 2020, 50 jaar na de oprichting, is het Erasmus Huis beroemd en geliefd in de hoofdstad en ver daarbuiten

Toen er in 1978 besloten werd een nieuwe ambassade te bouwen, ontstond tegelijkertijd het plan om op het ambassadeterrein plaats te maken voor het cultureel centrum. Dat opende in 1981 zijn deuren en dit is waar het huidige Erasmus Huis zich nog steeds bevindt, naast de Nederlandse ambassade. Zo staan ze daar samen midden in het hectische Jakarta, als een soort peper-en-zoutstel.

Nu, anno 2020, 50 jaar na de oprichting, is het Erasmus Huis beroemd en geliefd in de hoofdstad en ver daarbuiten. Vooral bij een jonge garde Indonesiërs, zo tussen de 18 en 35 jaar, student of al een afgeronde opleiding, exponenten van de nog steeds groeiende middenklasse. Onder hen alumni van Nederlandse universiteiten en hogescholen. Dat zijn maar liefst 1500 studenten per jaar en zij zijn bij terugkeer de beste ambassadeurs voor ons land. Ook Nederlandse kunstenaars en wetenschappers komen op hun beurt graag naar het Erasmus Huis voor een optreden en vinden er altijd een loyaal en enthousiast publiek, dat leergiering is, graag contact maakt en dat na afloop staat te dringen om samen op de foto (liefst een selfie) te gaan. Het Erasmus Huis heeft in die halve eeuw zo’n naam opgebouwd, dat je de taxichauffeur moet uitleggen dat de Nederlandse ambassade naast het Erasmus Huis ligt in plaats van andersom.

De programmering is erop gericht onze getalenteerde kunstenaars te tonen. Daarnaast zijn belangrijke taken ook: het uitdragen van het democratische gedachtegoed van Nederland, het met elkaar in contact brengen van kunstenaars van beide landen en het uitwisselen van ervaringen. Naast optredens, exposities, lezingen, seminars en congressen voor publiek gebeurt dat in besloten bijeenkomsten voor professionals, zoals workshops, masterclasses, en coproducties. Hier bouwen Nederlanders en Indonesiërs samen aan een toekomst, wisselen expertise uit en leren elkaar en elkaars werk kennen.

En het werkt. Daar waar economische en politieke diplomatie veelal streven naar een einddoel, is bij de culturele diplomatie het proces zélf het doel: het ontmoeten, delen, herkennen. En daar waar Nederland geneigd is terug te kijken, te teren op verworvenheden en inmiddels ook zijn wonden te likken over het koloniale verleden, kijkt Indonesië voorúít, wil het leren, ervaring opdoen, het land en zijn inwoners een stap verder brengen. En daar vinden de twee elkaar: Nederland heeft Indonesië nodig om in het reine te komen met zijn verleden en Indonesië omarmt de Nederlandse kennis en ervaring om verder te komen.

Al doende is de gouden jubilaris in die 50 jaar uitgegroeid tot een van de belangrijkste culturele hotspots in de stad. Met zo’n 40.000 bezoekers per jaar en elke activiteit die wordt gerecenseerd in de media, is het een belangrijke plek voor de diplomatie van Nederland in Indonesië. Een gouverneur, directeur of minister die op uitnodiging een tentoonstelling komt openen, is immers makkelijk benaderbaar. Maar nog belangrijker is de schoonheid en vitaliteit van kunstenaars op het podium afkomstig uit de twee landen, ze samen te zien spelen en elkaar te zien vinden in de muze. Daar kunnen we de volgende 50 jaar mee voort.

En kijkend naar een voorstelling vanaf mijn plek op de achterste rij weerklinken de woorden van mijn vriend uit de Kota Tua in mijn hoofd: Ahhh Erasmus Huis! Jaaa belangrijk! Indonesië en Nederland zijn zooo verbonden, weet u.


Yolande Melsert is hoofd Cultuur & Communicatie van de Ambassade van het Koninkrijk der Nederlanden in Jakarta en directeur van het Erasmus Huis in Jakarta. Contact: yolande.melsert@minbuza.nl


Dit artikel werd gepubliceerd in Neerlandia 2020/1.

Naar boven