De Bourgondiërs door Bart Van Loo

Een ouderwetse Bourgondische kroniek

Auteur Jan Dumolyn

De Bourgondiërs door Bart Van Loo is een vlot geschreven en grondig gedocumenteerd boek. Het is goed dat het zo veel succes kent. Overal in de pers bejubeld en het voorwerp van een goed uitgekiende marketingstrategie lijkt het echter wel alsof voor dit vulgariserende werk over de Bourgondische Nederlanden enkel superlatieven mogen worden gebruikt. Als officieel aan een universiteit verbonden historicus, en bovendien een die promoveerde op een proefschrift over de hertogen van Bourgondië, werd mij gevraagd dit boek te recenseren. Spontaan had ik dat niet gedaan, want mijn identiteit als academische specialist is in deze een moeilijke uitgangspositie.

Had ik een lijst opgesteld van de paar tientallen ongelukkige uitdrukkingen, onnauwkeurige oordelen, halve historische waarheden en misverstanden die in dit boek te vinden zijn, dan zou men mij terecht verweten hebben een academische schoolmeester te zijn, die deze meesterverteller zijn succes niet gunt. De afgelopen maanden bevroeg ik als experiment vele vrienden en kennissen die opmerkelijk genoeg bijna allemaal net Van Loo’s boek aan het lezen waren. Zij waren op een paar uitzonderingen na – niet toevallig degenen die een geschiedenisdiploma bezitten – eenstemmig lovend. Hun interesse in geschiedenis werd door De Bourgondiërs gevoed en verder versterkt. Academische historici in Vlaanderen, enkele zeldzame uitzonderingen niet te na gesproken, lijken de laatste decennia echter steeds minder geïnteresseerd in het delen van hun bevindingen met het grote publiek.

Bart Van Loo is zelf niet geschoold in het historisch onderzoek. Op oneerbiedige wijze zou men kunnen zeggen dat hij slechts de onderzoeksresultaten van anderen samenvat en er zijn eigen verhaal mee smeedt. Maar op zich is daar niets mis mee, en al zeker niet als dat resulteert in een aangenaam en meeslepend verhaal. Van Loo is zeker ook goed belezen, hij beheerst een groot deel van de relevante historiografie. Ook bepaalde originele bronnen, in de eerste plaats de Franstalige hofkronieken, nam de schrijver systematisch door. En ook dat is waardevol gebleken. Zelf waardeer ik dit boek dus om verschillende redenen, maar ik ben op andere vlakken toch heel wat minder enthousiast.

Academische historici in Vlaanderen lijken steeds minder geïnteresseerd in het delen van hun bevindingen met het grote publiek

Samengesteld door een literair zeer begaafde niet-historicus verspreidt De Bourgondiërs immers een bijzonder ouderwetse opvatting van de geschiedenis. Van Loo reproduceert stereotiepe beelden over de hertogen van Bourgondië, die al meer dan een eeuw de ronde doen – hun copieuze banketten, hun pracht en praal – en ondanks hier en daar een zekere interesse voor het gewone volk en een spaarzame aandacht voor sociaal-economische kwesties reduceert hij de geschiedenis vooral tot een verhaal van koningen, vorsten en edelen. Blijkbaar lezen de mensen dat graag, maar geschiedschrijving is meer dan enkel een literair genre, meer dan het reproduceren van kronieken.

Het Bourgondische rijk in 1477 onder Karel de Stoute © Marco Zanoli

Toch ben ik een gelukkige historicus, want eindelijk gaat het ook eens over de middeleeuwen, en niet steeds opnieuw over het verhaal van oorlog en collaboratie, waar Vlaanderen wel door geobsedeerd lijkt te zijn. Historische documentaires mogen in deze gouw enkel over de Tweede Wereldoorlog gaan, sinds 2014 misschien ook over de Eerste Wereldoorlog, en och ja, Congo, daar kunnen we het intussen ook al eens over hebben. Maar zeker niet over een andere periode dan de twintigste eeuw, zo hebben journalisten en opiniemakers, in hun wijze oordelen over ‘wat de mensen echt willen’, al lang geleden beslist. Hulde dus aan Bart Van Loo, wiens boek hopelijk als een soort breekijzer zal kunnen functioneren voor opnieuw meer aandacht voor de oudere periodes in onze vaderlandse geschiedenis. Zeker honderdduizenden mensen in dit land zijn immers sterk in het verleden geïnteresseerd. En de middeleeuwse periode hoort daar zeker bij. Het is in dat verband dus wel een beetje jammer dat Van Loo voor de gemakkelijkste weg heeft gekozen, die van het vooral politieke verhaal van dynastieke twisten en militaire peripetieën, wel geregeld afgewisseld door luchtige anekdotiek en uitweidingen over kunst en cultuur. Hier en daar duikt dus wel eens een bedenking op die we als sociale geschiedenis zouden kunnen beschouwen. Af en toe gaat het wel eens over de economieën van de grote Vlaamse steden, maar daarvan is de auteur toch veel minder op de hoogte en hij is duidelijk veel minder in dat soort problematiek geïnteresseerd.

Hulde dus aan Bart Van Loo, wiens boek hopelijk als een soort breekijzer zal kunnen functioneren voor opnieuw meer aandacht voor de oudere periodes in onze vaderlandse geschiedenis

Maar waarom zou ik moeten verwachten dat een andere auteur en zijn lezers mijn eigen interesses of methodes zouden moeten delen? Van Loo’s terechte antwoord zou wellicht zijn dat wij academische historici dan beter ons best moeten doen onze eigen vernieuwende inzichten op een vlotte en literaire manier neer te pennen. De superlatieven als meesterwerk, waarmee dit boek wordt beschreven, zijn op de keper beschouwd overdreven – het betreft hier immers geen oorspronkelijk onderzoek en al evenmin een vernieuwende synthese – maar toch is De Bourgondiërs een opmerkelijk werk, een boek met impact, een boek dat aantoont dat de middeleeuwen en ons nationaal verleden in het algemeen veel meer aandacht verdienen.

Jan Dumolyn is als hoofddocent verbonden aan de Universiteit Gent.
Contact:
jan.dumolyn@ugent.be

Deze recensie is gepubliceerd in Neerlandia 2019/2.
Bekijk de inhoud van dit nummer.

Naar boven