Femke Deen & Ineke Huysman (red.),
Moeders des Vaderlands. De vrouwen die de Nederlanden vormden,
Amsterdam, Atlas Contact, 2024,
ISBN 978 90 450 5005 8,
303 pp.
Prijs: € 29,99.
Toen keizer Jozef II in 1790 vreesde dat zijn – notoir rebelse – Hongaarse onderdanen wel eens inspiratie zouden kunnen vinden in het opstandige gedrag van de Oostenrijkse Nederlanden, koos hij voor de vlucht vooruit. In allerhande publicaties werd de Hongaren diets gemaakt dat ze van die gekke zuidelijke Nederlanders niets te leren hadden. Door de eeuwen heen hadden zij blijk gegeven van dwaze politieke voorkeuren, die ertoe leidden dat zij een zwak hadden voor de gynaikocratie, de regering door vrouwen. Punt gemaakt, met zulke lieden wil je toch niet geassocieerd worden?
Echt niet? Al in 1982 maakte wijlen Coen Tamse in de bundel Vrouwen in het landsbestuur de bedenking dat de lange periode van vrouwelijk koningschap onder Wilhelmina, Juliana en Beatrix (die uiteindelijk van 1890 tot 2013 zou duren) in het perspectief van de geschiedenis van de Nederlanden niet zozeer als een uitzondering, maar wel als een vorm van continuïteit kon worden beschouwd. Had vrouwelijk gezag de Lage Landen niet (mee) gemaakt tot wat ze zijn?
De nieuw verschenen bundel Moeders des Vaderlands sluit deels wel en deels niet aan bij die benadering. Vooreerst zijn de recente koninginnen der Nederlanden opvallend afwezig in de bundel, die ophoudt waar het moderne Koninkrijk begint. Daarnaast is er een opvallend verschil tussen de Noordelijke en de Zuidelijke Nederlanden. Waar voor het Noorden het verhaal eindigt bij Wilhelmina van Pruisen, overleden in 1820, is dat voor het Zuiden al het geval bij het overlijden van aartshertogin Isabella in 1633. Latere moeders des vaderlands, zoals keizerin Maria Theresia en landvoogdes Maria Elisabeth, blijven onbesproken, zonder specifieke toelichting. Ten slotte blijft de vraag naar de specificiteit van het moederschap des vaderlands grotendeels onbeantwoord. Lison Vercammen oppert weliswaar dat de bestuurbaarheidsproblemen van de Lage Landen in de 16e eeuw vrouwelijk bewind bevorderd zouden kunnen hebben, maar verder wordt deze vraag niet of nauwelijks gethematiseerd in deze bundel.
Laat dat echter geen afbreuk doen aan het leesplezier. De achttien vrouwenportretten, van de hand van evenveel auteurs, bieden een even onverwacht als interessant perspectief op de geschiedenis van de Lage Landen. Dat elke vorstin een eigen biograaf kreeg, zorgt ook voor afwisseling, al leidt het ook soms tot appreciatieverschillen, met name als een vorstin het aan de stok kreeg met een andere. Sommige auteurs lijken dan het adagium mijn historische figuur, mooie historische figuur toe te passen, wat niet noodzakelijk met elkaar in overeenstemming kan worden gebracht.
Wat in ieder geval duidelijk wordt na lezing van dit boek, is dat een al te gemakkelijke reductie van vrouwelijk vorstendom tot indirecte macht historisch niet verantwoord is. In de plaats komt een subtiel samenspel van directe macht, invloed en culturele ondersteuning van de machtsuitoefening. Daarin speelt de interactie tussen overheidsgezag en familiale relaties een bijzondere rol, die voor onze tijdgenoten, die groot zijn geworden met een strikt onderscheid tussen het private en het publieke, soms moeilijk te vatten is. De concrete verhalen in dit boek maken dat ongetwijfeld gemakkelijker.
Frank Judo is historicus en publiceerde meerdere bijdragen over de vroege 19e eeuw in de Lage Landen.
Dit was een recensie uit Neerlandia nummer 3 van 2024.
Meer lezen?
Nog geen abonnee en wil je het tijdschrift eens op je deurmat ontvangen?