Suriname

Artikel

Uit no.3,
2018

Javaanse Surinamers in Nederland: een gedeelde geschiedenis

Lisa Djasmadi

Uit Suriname vertrekken en een nieuw leven beginnen in Nederland, dat is wat een groot aantal Javaanse Surinamers heeft gedaan – de een voor studiemogelijkheden, de ander wegens gezinshereniging, om politieke redenen of zelfs voor een ontluikende vakantieliefde. Terwijl de eerste Javaanse Surinamers eind jaren zestig, begin jaren zeventig van de vorige eeuw naar Nederland kwamen voor studie of een baan, kwam de grote migratiestroom pas echt op gang rond de onafhankelijkheid van Suriname in 1975. Als nazaten van contractarbeiders uit Java hebben Javaanse Surinamers een rijke geschiedenis, die nauw verbonden is met de Nederlandse. 

Afbeelding
Aankomst per schip van Javaanse contractarbeiders in Paramaribo, ca. 1925
Aankomst van Javaanse contractarbeiders in Paramaribo, ca. 1925. Bron: Stichting Nationaal Museum van Wereldculturen, collectienummer TM60006747

Javanen in Suriname

Wat ging er vooraf aan de aanwezigheid van Javaanse Surinamers in Nederland? Als vertrekpunt nemen we de afschaffing van de slavernij in 1863. In Suriname ontstond een groot tekort aan arbeidskrachten voor de plantages, waar voorheen slaven uit Afrika te werk werden gesteld. Uit verschillende delen van de wereld werden contractarbeiders gehaald. Eerst kwamen Chinezen, vervolgens Brits-Indiërs en uiteindelijk Javanen uit Nederlands-Indië. 

In 1890 kwamen de eerste Javanen in Suriname aan, zij werden als contractarbeiders tewerkgesteld op suikerrietplantage Mariënburg, toen in het bezit van de Nederlandse Handels Maatschappij. De werving van Javanen liep vanaf 1890 tot aan 1939. In die periode werden er in totaal zo’n 33.000 mensen van Java – voornamelijk Midden- en Oost-Java – naar Suriname gebracht. Het was oorspronkelijk de bedoeling dat de contractarbeiders tijdelijk op de Surinaamse plantages zouden werken, om na afloop van hun arbeidsovereenkomst weer naar Java terug te keren. Slechts een minderheid keerde terug. De meeste Javanen besloten te blijven en maakten gebruik van de optie zich als zelfstandig landbouwer te vestigen. De koloniale overheid zag een mogelijkheid om kleine landbouw te bevorderen, en begon ontgonnen land te verstrekken aan immigranten die hun contract hadden uitgediend. De overheid gaf een geldbedrag van 100 Surinaamse gulden aan diegenen die bereid waren als landbouwer in Suriname te blijven en dus afzagen van terugkeer naar Java. 

De meeste Javanen bleven op de voormalige plantages in de districten wonen of streken neer op een van de vestigingsplaatsen die speciaal werden ingericht om kleine landbouw onder Javanen te stimuleren. In de districten Saramacca, Nickerie en Commewijne zijn Javaanse dorpsgemeenschappen te vinden. Commewijne, het district aan de rechteroever van de Commewijnerivier en ten oosten van Paramaribo staat bekend als een typisch Javaans district. 

De meeste Javanen besloten te blijven en maakten gebruik van de optie zich als zelfstandig landbouwer te vestigen.

Als laatst aangekomen migrantengroep bleven de Javanen lange tijd een achtergestelde positie houden. De relatie tussen Javanen en overige bevolkingsgroepen kenmerkte zich door minachting voor Javanen. Het beeld dat Javanen van zichzelf hadden, was dat van ‘arme en domme Javaan’. Helaas bleek dat beeld, net als zo vaak bij stereotypen, maar langzaam te veranderen. Tijdens en na de Tweede Wereldoorlog begonnen Javanen meer naar de hoofdstad te trekken. 

Uit ontevredenheid over de positie van Javanen in Suriname, nam Yayasan Tanah Air (‘Terug naar het Vaderland’), onder leiding van Salikin Hardjo, het initiatief tot een groepsremigratie. Meer dan duizend personen vertrokken in 1954 met het schip Langkoeas richting Indonesië. Gefaciliteerd door de Indonesische autoriteiten, kwamen zij niet in Java, maar in West-Sumatra in het plaatsje Tongar terecht. 

Ongeveer tegelijkertijd met de voorbereidingen van de repatriëring naar Indonesië vertrok een zestigtal Javanen vanuit Suriname naar buurland Frans-Guyana. Begin jaren zestig volgden er meer, evenals tijdens de binnenlandse oorlog (1986-1992) tussen het Surinaamse leger en het Junglecommando. Een aantal van hen is via Frans-Guyana en Frankrijk uiteindelijk in Nederland terechtgekomen. 

Migratiestroom Suriname - Nederland rond 1975 

In het begin van de jaren 70 groeide het streven naar onafhankelijkheid. De verwarring en de onzekerheid over de toekomst van het land was groot. Omdat Javanen vergeleken met Creolen en Hindoestanen matig tot zwak gerepresenteerd werden in de politiek, vreesden velen voor verslechtering van de maatschappelijke positie van Javanen als Suriname geen kolonie van Nederland meer zou zijn. De naderende onafhankelijkheid gaf daarom een enorme impuls aan de migratie naar Nederland.

Door de Surinaamse migratiestroom als gevolg van de onafhankelijkheid van Suriname hanteerde de Nederlandse overheid een spreidingsbeleid. Een groep van zo’n honderd Javaanse Surinamers werd gehuisvest in Hoogezand-Sappemeer. De flat waar de meeste families een woning kregen, kreeg de naam Bakkieflat, omdat het merendeel van hen afkomstig was uit het Surinaamse dorp Bakkie. De families die er woonden, vingen vervolgens de nieuwe aanwas van familieleden en vrienden uit Suriname op. Uiteindelijk zijn er drie concentraties van Javaanse Surinamers in het land ontstaan: de eerste in Noord-Nederland (Delfzijl, Hoogezand-Sappemeer, Groningen); de tweede in Noord-Brabant (Den Bosch, Sint-Michielsgestel, Tilburg, Eindhoven); en de derde in de Randstad (Rotterdam, Den Haag, Amsterdam, Almere, Utrecht). 

Migratiestroom na 1980

De tweede migratiestroom naar Nederland was het gevolg van de slechte politiek-economische situatie in Suriname na de militaire machtsgreep. Deze stroom kwam op gang tussen 1980 en 1983 en was minder omvangrijk dan de migratiestroom van 1974-1975. Voor de mensen die in deze periode naar Nederland kwamen, was het lastiger om zich hier te vestigen. Suriname was immers geen kolonie meer van Nederland en bovendien werd in 1981 de Vreemdelingenwet gewijzigd. 

Met de Surinaamse nationaliteit, die men na 1981 automatisch kreeg, werd men in Nederland als ‘vreemdeling’ beschouwd

Met de Surinaamse nationaliteit, die men na 1981 automatisch kreeg, werd men in Nederland als ‘vreemdeling’ beschouwd. Enkel op grond van gezinshereniging kon men in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning. In sommige situaties kwam eerst een deel van het gezin over en werd het andere deel zo lang door familie in Suriname opgevangen, totdat er genoeg voorzieningen en middelen waren om hen ook naar Nederland te laten komen. 

Een thuis in Nederland 

De meeste Javaanse Surinamers die naar Nederland kwamen, evenals de studenten die voor 1975 migreerden, maakten van Nederland hun thuis.    

In de jaren 70 en 80 werden allerlei Javaans-Surinaamse verenigingen opgericht. Nederland kent tot op heden veel van die culturele verenigingen en groepen, die zich hebben gespecialiseerd in diverse Javaanse cultuuruitingen, zoals wayang kulit (poppen- en schimmentheater), jaran kepang (Javaanse paardendans), gamelan, Javaanse dans en ludruk (Javaans volkstoneel). Daarnaast zijn er ook Javaans-Surinaamse welzijnsorganisaties, die zich bijvoorbeeld inzetten voor ouderen onder wie de Javaans-Surinaamse taal nog veel gesproken wordt. 

Hoewel in Nederland geen censusdata worden verzameld gericht op specifieke etnische groepen, mag worden aangenomen dat het aantal na ruim 40 jaar is gegroeid tot om en bij 30.000.

Dit artikel is een ingekort en bewerkte versie van het hoofdstuk Een stukje geschiedenis vooraf uit het boek Saoto, berkat en dawet: een kijkje in de keuken van Javaans-Surinaame warungs (LM Publishers, 2015) van de samenstellers Lisa Djasmadi, Hariëtte Mingoen en Matte Soemopawiro. 

Lisa Djasmadi is cultureel antropoloog en werkt als bestuurslid van Stichting Comité Herdenking Javaanse Immigratie aan diverse oral-history- en cultureelerfgoedprojecten. 

 


Dit was een artikel uit Neerlandia jaargang nummer 3 van 2018. 

Meer lezen?

Nog geen abonnee en wil je het tijdschrift eens op je deurmat ontvangen?

Bestel een proefabonnement


 

Lees ook
Afbeelding
foto van ambassadeur Van Lierop
Suriname
Interview
Uit no.3,
2023
Els van Diggele

INTERVIEW MET AMBASSADEURS GILBÊRT VAN LIEROP EN RAJENDRE KHARGI

Afbeelding
Foto van Vissers bij Hermanus
Zuid-Afrika
Artikel
Uit no.3,
2023
Ingrid Glorie

AFRIKAANS

Afbeelding
Omslag van het boek De Tawl van Philip Dröge
Taal
Recensie
Uit no.4,
2024
Paul van Velthoven

DE TAWL