Waarom is standaardtaal belangrijk?

Colloquium over het Standaardnederlands

Aanvang 14:30 uur

Plaats SteM Zwijgershoek, Sint-Niklaas

Geef onze standaardtaal een tweede adem

Verslag Colloquium Waarom is standaardtaal belangrijk?

Deelnemers aan het colloquium

Een colloquium over het waarom van standaardtaal lokte op 30 november 2019 heel wat geïnteresseerden naar Sint-Niklaas. Deze activiteit van de ANV Landenafdeling Vlaanderen raakte duidelijk een gevoelige snaar. De standaardtaal staat blijkbaar ter discussie. Hoe komt dat? Het dalend niveau van het onderwijs, de invloed van de sms-taal, het toenemend gebruik van Engelse woorden, de opmars van de tussentaal? Vroeger ondersteunden radio en televisie de standaardtaal erg actief. Nu is dat niet meer het geval.

“Voor wie dacht dat de taalstrijd gestreden was, hier komt er een nieuwe, die ons verre van onverschillig laat”, wist voorzitter Jan Noblesse in zijn inleiding. Hij gaf meteen het woord aan dagvoorzitter Peter Debrabandere, docent Nederlands en hoofdredacteur van het onvolprezen ANV-tijdschrift Neerlandia.

Als eerste spreker kwam de Italiaanse academicus Roberto Dagnino aan de beurt. Hij doceert Nederlands in Straatsburg en deed onderzoek naar het debat over de standaardtaal in de negentiende eeuw. Het was opvallend hoe bepaalde kwesties sindsdien opnieuw actueel geworden zijn. De norm opleggen of naar het volk luisteren? De twijfel tussen Noord en Zuid, tussen Hollands en Vlaams, met uiteindelijk de keuze voor één Nederlands met ook Vlaamse accenten. Dagnino stelde vast dat deze problematiek toen en nu hoofdzakelijk een Vlaams debat was en is.

Luk Draye, voormalig hoogleraar Duitse taalkunde aan de KU Leuven en negen jaar decaan van haar Letterenfaculteit, vergeleek de situatie van het Nederlands met die van het Duits. Ook in het Duitse taalgebied is het aanleren van de standaardtaal een ‘opgave’, maar men gaat die niet uit de weg. Het nut van de standaardtaal staat hier niet ter discussie. Zowel in Oostenrijk als in Zwitserland blijft men, ondanks de grote verschillen, zeggen dat men Duits spreekt en niet Oostenrijks of Zwitsers. Draye besluit met te stellen dat er naar het voorbeeld van het Duitse taalgebied bij ons grotere taalpolitieke en educatieve inspanningen nodig zijn. De Taalunie moet hierin haar rol opnemen en moet samen met de academische wereld afstand nemen van de louter beschrijvende en afwachtende houding. Zijn slotzin ‘Geef onze standaardtaal een tweede adem’ bleef in de zaal nazinderen.

Peter Debrabandere maakte kort een tussenbalans en nodigde de aanwezigen uit voor een debat. De drie sprekers behandelden talrijke vragen en het kwam dikwijls tot interessante uitwisselingen van gedachten.

Als sluitstuk van het colloquium volgde nog een presentatie door Peter Debrabandere met als titel Naar een herwaardering van het Standaardnederlands in het Vlaamse onderwijs.
Met gemengde gevoelens stelde hij vast dat we van een monocentrische visie in de 20e eeuw evolueren naar een bicentrische visie in de 21e eeuw. Dat geldt zowel in de lexicografie als in de taaladvisering. Een tekst ‘vervlaamsen’ is nu heel gewoon.
Toch hebben we eerder gekozen voor één Nederlands. Voor ons onderwijs pleitte Debrabandere voor een didactiek van de vreemde taal voor het Standaardnederlands. Dat maakt dan een contrastieve aanpak mogelijk. Zo wordt het Nederlands vergeleken met de dialecten en de tussentaal. Die methode zal veel doeltreffender zijn dan de huidige didactiek van de moedertaal.

Hierop werd het colloquium afgesloten met een gezellige receptie, waarop druk nagepraat werd en waar ervaringen en meningen vlot werden uitgewisseld. Iedereen was het erover eens dat we een prachtig colloquium bijgewoond hadden, dat de inzichten aanzienlijk had verdiept. Vele deelnemers hadden het gevoel dat er nu ook iets moet gaan gebeuren met die inzichten en resultaten.

Wie ijvert voor meer samenwerking tussen Nederland en Vlaanderen, is een gemeenschappelijke taalstandaard uiteraard genegen. Ook voor de burger, die verder niet bijster veel belangstelling heeft voor taal, is die standaard echter relevant. Hoe kan hij verstaanbaar blijven binnen de eigen gemeenschap als iedereen zijn variante gaat spreken? En welke taal moeten nieuwkomers in ons land aanleren?

Om die problematiek in een ruimere context te situeren, heeft de ANV-afdeling Vlaanderen twee academische deskundigen uitgenodigd. Uit hun uiteenzettingen hopen we nuttige kennis te halen, die toelaat de positie van een gemeenschappelijke standaardtaal te versterken.


Sprekers

Historicus Roberto Dagnino: doceert Nederlands in Straatsburg en deed onderzoek naar het debat over de standaardtaal in de negentiende eeuw.

Taalkundige Luk Draye: deed als hoogleraar in Leuven onderzoek naar de positie van het Duits als officiële taal in meerdere Europese landen.

Dagvoorzitter Peter Debrabandere, de hoofdredacteur van Neerlandia, zal de conclusies trekken.

Programma

  • Vanaf 14.00 uur: Ontvangst met koffie, thee en water en versnapering.
  • Om 14.30 uur: Start colloquium.
  • Drankje en hapje na afloop.

Deelname

De kosten voor bijwoning van dit colloquium bedragen E 17,- per persoon (ANV-leden: E 13,- per persoon), na aanmelding te voldoen op rekeningnummer BE12 7350 2549 2392 van ANV-Vlaanderen.

Aanmeldformulier voor colloquium Waarom is standaardtaal belangrijk?

Velden met een * zijn verplicht

Locatie

Piet Elshoutzaal in het Stedelijk Museum SteM Zwijgershoek, Zwijgershoek 14, 9100 Sint-Niklaas.

Bereikbaarheid
Het Stedelijk Museum ligt op loopafstand van de Grote Markt en het station Sint-Niklaas.
Voor de fietsers is er rechts van de ingang een ruime fietsenstalling.
Voor wie met de auto komt is er parkeermogelijkheid in de parkeergarages Zwijgershoek, Grote Markt en station.