Recensies

Verenigd Koninkrijk der Nederlanden

De kansen voor een nieuwe staat lagen open

door Paul van Velthoven

Onverenigd Koninkrijk

Op 21 september 1815, legde koning Willem I in Brussel op het plein dat nog steeds Koningsplein heet,  de eed op de nieuwe grondwet af. De staat die hij ging besturen was hem als het ware in de schoot geworpen door de geallieerden. Hij, koning Willem I, zou gevolg geven aan de oproep van de overwinnaars van Napoleon (Engeland, Oostenrijk, Pruisen en Rusland) om deze staat tot een succes te maken, een ‘  intime et complète zoals de opdracht in het Frans luidde. Een bufferstaat zou het moeten worden om de gevaarlijke expansiedrang van het roerige Frankrijk voor eens en voor altijd de kop in te drukken.  Om de haalbaarheid van dit streven te onderstrepen verwees de Oranjetelg naar keizer Karel V en zijn verre voorvader Willem van Oranje die ieder op hun manier zich voor die eenheid van de Nederlanden hadden ingezet.

De overheersende indruk is dat deze staat waaraan Willem I leiding ging geven van begin af aan tot mislukken gedoemd was. Nee, zegt de Nijmeegse historicus Remieg Aerts die samen met de Belgische historica Gina Deneckere voor de stichting Ons Erfdeel een fraaie, bijzonder evenwichtige bundel redigeerde over wat zij noemen het (On) Verenigd Koninkrijk. De vraag die zij met een groep jonge onderzoekers uit Noord en Zuid willen beantwoorden is wat deze vereniging in de praktijk behelsde. Economisch was zij zeker een succes, maar in politiek opzicht kwam de versmelting die Willem I nastreefde, bij lange niet tot stand.  Zijn verlicht absolutisme stond haaks op de modernere, liberalere opvattingen die rondwaarden bij een deel van de burgerlijke elite in het zuiden en was een belangrijke oorzaak voor het uiteenvallen van het nieuwe verenigde koninkrijk

De vele vroegere auteurs over de scheiding bespraken vrijwel altijd het uiteenvallen van het koninkrijk vanuit een nationaal perspectief. Daarbij gingen ze uit het van eindresultaat. Volgens een van de belangrijkste, de prominente Belgische negentiende-eeuwse historicus Henri Pirenne, was de opkomst van een onafhankelijke Belgische staat een onweerstaanbaar proces. Aan Hollandse kant was de scepsis over het samengaan van noordelijke en zuidelijke Nederlanden vanaf het begin zeer groot. Ook hier werd achteraf beredeneerd dat de nieuwe staat geen kans van slagen had. Hier nemen Aerts en Deneckere duidelijk afstand van. Onder hun leiding wordt door een aantal auteurs gepoogd vanuit een transnationaal perspectief de feitelijke verhoudingen tussen noord en zuid te belichten in de vijftien jaren dat het stand hield. In hoeverre was er sprake van een nationaal besef, welke verbindingen werden tussen noord en zuid tot stand gebracht,  hoe was het feitelijk gesteld met de splijtzwammen die naast de autoritaire bestuursstijl van de vorst voor ergernis en toenemend verzet zorgden, in het bijzonder zijn taal- en kerkpolitiek? Sommige bestaande voorstellingen moeten dan duidelijk gerelativeerd worden. Met name de taalpolitiek zorgde niet voor de ergernis die er altijd aan werd toegekend. Daarentegen is het succes van de economische politiek van Willem I die voor het zuiden zo positief  zou zijn uitgevallen overschat. De fiscale politiek van de koning leidde tot een aanzienlijke overdracht van geld van het zuiden naar het noorden en was daardoor een belangrijke bron van ongenoegen  in het zuiden. In het algemeen wordt op alle terreinen die onderzocht worden het bestaande beeld bevestigd dat het koninkrijk nog verre van verenigd was en de samenwerking nog in de kinderschoenen stond.

Het gezamenlijk potentieel van het verenigde koninkrijk was bij lange na nog niet aangesproken. Maar zoals Aerts en Deneckere terecht opmerken, dat potentieel was in vergelijking met andere Europese staten die later zouden opkomen in de negentiende eeuw veelbelovend door de samenstelling van zijn bevolking, het economische vermogen, het gemiddelde ontwikkelingspeil, de bestuurlijke organisatie en zijn infrastructuur.

Het is jammer dat een interessant artikel van Aerts dat hij eerder schreef voor de uitgever van dit boek (‘Over een mislukte staat, zonder nostalgie – Het Verenigd Koninkrijk van Willem I en de scheiding van 1830’) niet alsnog in deze bundel is opgenomen. Aerts laat daarin op geloofwaardige wijze zien dat er van een Nederlandse noch van een duidelijk geprononceerde Belgische nationaliteit in het begin van de negentiende eeuw sprake was. De vorming van een gemeenschappelijke natie had zeker kans van slagen gehad. Pruisen en Piemonte die later in de negentiende eeuw de Duitse resp. de Italiaanse eenheid bewerkstelligden, stonden voor onvergelijkbaar veel grotere opgaven en hadden zeker grotere verschillen te overbruggen dan in de Nederlanden het geval was. Een natie blijkt bovendien in hoge mate kneedbaar. Inwoners in wat nu de Nederlandse provincies Noord-Brabant en Limburg heten sympathiseerden met de Brusselaars, maar zouden zich later bekennen als trouwe aanhangers van het Huis van Oranje. Mislukte communicatie en veel ander ongemak, waaronder de koning en zijn zonen die tactisch op verschillende sporen zaten, te veel om hier nu op te noemen, zorgden er voor dat een opstand in Brussel verrassenderwijs kon uitgroeien tot een nieuwe staat. De Belgische afgevaardigden die na het uitbreken van de opstand naar Den Haag afreisden hoopten op genoegdoening van hun grieven, maar niet uit op een nieuwe staat, mede omdat ze niet geloofden in de levensvatbaarheid van zo’n nieuwe staat.

In plaats daarvan  worden in de bundel de twee historiografische benaderingen over de mogelijkheid van zo’n eenheidsstaat tegenover elkaar geplaatst. De Antwerpse historicus Marnix Beyen stelt de zienswijze van  Aerts tegenover  die van historici als Pirenne en Wils die ieder op hun eigen wijze  hebben betoogd dat het ontstaan van België als het ware in de sterren geschreven stond. Gelukkig is er dan nog een man als Geert van Istendael die in een slotbetoog de waardevrijheid welke in  academisch  onderzoekswerk verlangd wordt, aan diggelen slaat en er rond voor uitkomt dat  de noodzaak van de samenwerking die in het verenigde koninkrijk op menig terrein zichtbaar werd, meer dan ooit gewenst is.

Het (on) verenigd koninkrijk – 1815 – 1830 – 2015; een politiek experiment in de Lage Landen. Onder redactie van Remieg Aerts & Gita Deneckere. Uitgave Ons Erfdeel. Prijs 29 euro.