De ambitie van de nieuwe beelding

Theo van Doesburg (1883-1931) en De Stijl

door Ludo Beheydt

In 2017 is het honderd jaar geleden dat een van de meest invloedrijke kunststromingen van de twintigste eeuw het licht zag. In 1917 kwam onder instigatie van de flamboyante schilder, ontwerper, literator, performancekunstenaar Theo van Doesburg het tijdschrift De Stijl tot stand. Dat tijdschrift, waarvan hij samen met Piet Mondriaan, Vilmos Huszár en Bart van der Leck in november 1917 het eerste nummer uitbracht, lag aan de basis van een artistieke revolutie die mee het gezicht van de Europese avant-garde zou bepalen. De belangrijkste kunstenaar van De Stijl was weliswaar Piet Mondriaan, maar de grote propagandist en autoritaire leider van het tijdschrift was zeker Theo van Doesburg, die zijn kruistocht voor de kunst van de ‘bewust abstracten’ met alle mogelijke middelen voerde.

Architecturale axonometrie van Theo van Doesburg en Cornelis van Eesteren – Contra-constructie / Maison Particulière, 1923 (600 x 600 mm). Inventarisnr: EEST p20/in bruikleen van de Van Eesteren-Fluck & Van Lohuizen Stichting, Den Haag.

Theo van Doesburg zag het groots. Hij wilde als een vurige apostel van het modernisme de nieuwe beweging in de schilderkunst in heel Europa uitdragen en als voorloper een nieuw tijdsbewustzijn scheppen en in de kunst het individuele vervangen door het universele. Daarbij deed hij een beroep op geestverwanten die zijn ideeën onvoorwaardelijk waren toegedaan. Aanvankelijk waren dat vooral de schilders Vilmos Huszár en Piet Mondriaan, de architecten J.J.P. Oud, Robert van ’t Hoff en Jan Wils, de meubelmaker-architect Gerrit Rietveld en de dichter Antony Kok. Alles bij elkaar was De Stijl, ondanks de ambities van Van Doesburg, in hoofdzaak een Nederlandse aangelegenheid. Van Doesburg was echter een onvermoeibare ijveraar met een radicale visie, die zijn revolutionaire beeldtaal in heel Europa ingang wilde doen vinden. Compromisloos, rancuneus en doctrinair zwaaide hij de plak over zijn tijdschrift en ging hij in de contramine met al wie zijn ideeëngoed naar zijn mening niet onvoorwaardelijk trouw was.

Paul van Ostaijen, Floris en Oscar Jespers in het atelier van Floris Jespers: onbetwiste Antwerpse avant-garde

De nieuwe beelding: universele kunst

Van Doesburg was de zelfbenoemde voorvechter van een totaal nieuwe, universele levensstijl. Die nagestreefde universaliteit moeten we in twee betekenissen opvatten: universeel in de zin van ‘internationaal’ en universeel in de zin van ‘de hele levenssfeer bepalend’. De nieuwe beelding die hij voorstond, moest over de grenzen van disciplines heen bijdragen aan een betere samenleving. Wat die nieuwe beelding dan precies inhield, kunnen wij het beste afleiden uit het eerste manifest van De Stijl, dat in 1918 in het tijdschrift verscheen en dat mede ondertekend was door onder meer Piet Mondriaan. Dat manifest stelde dat er een nieuw tijdsbewustzijn was waarin het universele de bovenhand moest halen op het individuele en dat er een “nieuwe beeldende kunst” moest komen die de “zuivere uitdrukking der kunst” zou verwezenlijken “door de natuurlijken vorm op te heffen”. De natuurlijke vorm opheffen betekende afstand doen van de weergave van de werkelijkheid door die tot het uiterste te vereenvoudigen en terug te brengen tot rechte lijnen, elementaire meetkundige vormen, de primaire kleuren rood, geel en blauw en de niet-kleuren grijs en zwart. Op die manier moest een universele kunst ontstaan die slechts “balans van proportie en positie van verf was”. Het werd een zeer Nederlandse kunst, van een calvinistische strakheid en in een streng abstracte, constructivistische beeldtaal. Het motto van Van Doesburg was: “Ontdoe de natuur van haar vormen en ge zult de geest vinden.”

Theo en Nelly van Doesburg

Een radicale modernist

Hij geloofde dat er na de oorlog een nieuwe levensstijl moest komen die universeel was en alle aspecten van de leefwereld moest bepalen. Evengoed de beeldende kunst als de architectuur als de literatuur als de persoonlijke levenssfeer. En op al die domeinen leverde hij zijn hoogst persoonlijke bijdragen. In eerste instantie in de schilderkunst, waar hij als een modernist pur sang zich afzette tegen de traditie. Hij had “de buik vol van Rembrandt, Van Gogh en Goudse kaas” en vond dat alleen een radicaal antiburgerlijke kunst nog recht van bestaan had. Zijn streng geometrische schilderijen in primaire kleuren waren slechts één aspect van zijn verlangen naar een totaal nieuwe levenssfeer. Hij was theoreticus, essayist, typograaf, stilist, glazenier, tuinontwerper en binnenhuisarchitect. Op zijn visitekaartje stond peintre, architecte, want hij droomde ervan ook op het gebied van de architectuur zijn stempel te drukken. Daarom zocht hij samenwerking met architecten. Eerst met J.J.P. Oud, maar toen die het typische kleurgebruik van De Stijl in de Rotterdamse wijk Spangen niet wilde toepassen, raakten ze in onmin. Hij deed ook een beroep op de Vlaamse architect Huib Hoste om in De Stijl een artikel over de roeping der moderne architectuur te schrijven, maar toen Hoste daarna een artikel in De Nieuwe Amsterdammer publiceerde dat volgens Van Doesburg “een verouderd tijdsbewustzijn” reflecteerde, liep ook deze samenwerking spaak. Vervolgens zocht Van Doesburg contact met de jonge architect Cornelis van Eesteren, waarmee hij samen heel wat maquettes, ontwerptekeningen en axonometrieën ontwierp. Maar ook die samenwerking liep fout toen Van Doesburg in 1924 Van Eesteren van parasitisme beschuldigde en het alleenrecht opeiste van hun gezamenlijke ontwerpen. Zelfs in de literatuur wilde Van Doesburg de grote radicale vernieuwer zijn. Maar hier verschool hij zich achter pseudoniemen, of eigenlijk achter mystificaties, want jarenlang wist niemand wie achter de pseudoniemen schuilging. Zo vulde hij onder het pseudoniem I.K. Bonset – een dadaïstische verschrijving van ik ben sot – een heel nummer van De Stijl met zijn eigen poëzie. En onder het pseudoniem Aldo Camini publiceerde hij, eveneens in De Stijl, de antifilosofische roman Caminoscopie: ’n Antiphylosofische levensbeschouwing zonder draad of systeem. De poëzie van Van Doesburg moest een geheel nieuwe uitdrukkingswijze bieden met woordbeeldingen die “de innerlijke bewogenheid rechtstreeks beelden in de klank”. Zelfs in de persoonlijke levenssfeer moest de nieuwe beelding vorm krijgen. Zo had hij voor zichzelf heel strikte kledingvoorschriften. Aan J.J.P. Oud schreef hij: “Ik kleed mij zo strak mogelijk: in bijna wit amerikaansch kostuum, getailleerd, hel-witte das en zwarte fransche boorden, witte handschoenen van fil de cosse en amerikaansche pet. Deze kleding heb ik als modern vastgesteld en opzettelijk tot de uiterste perfectie doorgevoerd.” Zelfs voor zijn geliefde, Nelly van Moorsel, had hij kleding- en kapselvoorschriften: een zwart-wit geblokte hoed en een kort strak pagekapsel. Ook daarin keerde hij zich tegen het establishment, net zoals met zijn beruchte Holland-Dada-tournee van 1923, die hij in Holland opzette samen met Kurt Schwitters, Vilmos Huszár en zijn geliefde Nelly. Die laatste speelde onder de naam Pétro van Doesburg piano, terwijl Huszár een mechanische pop liet dansen en Schwitters vanuit de coulissen oerkreten slaakte. Van Doesburg zelf las ondertussen zijn essay Wat is dada? voor en ook wel eens gedichten of zijn Chronique scandaleuse des Pays-Plats, een Franse tirade tegen de Nederlandse literatuur.

Poëzie van I.K. Bonset in De Stijl van 1921: de innerlijke bewogenheid rechtstreeks (ver)beelden in klank

De krabbenmand van de avant-garde in de Lage Landen

Niet geremd door bescheidenheid wilde Van Doesburg met zijn avant-garde de wereld veroveren en eiste hij voor zijn tijdschrift De Stijl en zijn ideeëngoed de exclusieve avant-gardestatus op. Hij publiceerde in het Italiaans over L’arte nuova in Olanda in Valori Plastici en in het Frans over La littérature d’avant-garde en Hollande in het Belgische tijdschrift Ça Ira en zelfs in het Engels The Will tot Style uit 1922. Zijn veroveringstocht wilde hij graag beginnen in Vlaanderen. Al in 1920 hield hij op uitnodiging van Jozef Peeters, een van de leidende figuren in de Vlaamse avant-garde, een lezing over het modernisme onder de titel Klassiek, barok, modern, die in 1921 in Antwerpen gepubliceerd wordt. Nog in 1921 zet hij zijn missionair werk in Vlaanderen door met een reeks lezingen in Gent, Brussel en Antwerpen onder de titel Tot Stijl. Hij hoopt op die manier de onbetwiste leider van het modernisme in Vlaanderen te worden. Maar hier verkijkt hij zich toch. Want in Vlaanderen, meer bepaald in Antwerpen tekenden er zich op dat moment al twee uitgesproken avant-gardistische tendensen af. Aan de ene kant was er de kring rond Jozef Peeters, die zich met Kongressen van Moderne Kunst, maar vooral vanaf 1922 met het tijdschrift Het Overzicht als leider van de avant-garde in Vlaanderen profileert. Aan de andere kant was er natuurlijk Paul van Ostaijen, die met zijn Berlijnse ervaring, met zijn gedegen essayistische werk Ekspressionisme in Vlaanderen uit 1918 en zijn onbetwist modernistische werk Bezette Stad aansloot bij de Europese avant-garde, samen met de kunstenaars Oscar en Floris Jespers, en Paul Joostens. Van Doesburg ergerde zich aan deze concurrentie. Peeters had zich immers in Het Overzicht afgezet tegen de nieuwe beelding “die dacht ons een stijl op te dringen”. Van Doesburg voelde naar eigen zeggen “achter hun hele gedoe [van de groep rond Het Overzicht] vijandigheid ten opzichte van De Stijl” en in een brief aan P.J.J. Oud uit 1924 noemt hij Peeters denigrerend een “pruldilettant, die een blaadje Poverzicht uitgeeft om ‘leider’ te kunnen spelen”. Het zit dus in Vlaanderen niet goed met zijn geambieerde leiderschap. Vooral ook niet omdat hij zich op literair en theoretisch vlak ook nog moet meten met Paul van Ostaijen. Van Ostaijen had met Het Sienjaal een eigen avant-gardetijdschrift op het oog, dat naast en tegen Het Overzicht van Peeters en De Stijl van Van Doesburg zou staan. Ook dat zinde Van Doesburg niet. Dat hij rancuneus was tegenover Van Ostaijen bleek al uit de bespreking van diens dichtbundel Bezette stad, die hij in 1921 onder zijn pseudoniem I.K. Bonset publiceerde. Hij deed Van Ostaijens bundel af als “dik geïmiteer van fransche litératuursport”. Van Ostaijen van zijn kant kende het werk van Bonset en Van Doesburg wel, maar negeerde het in zijn publicaties volkomen. De relaties tussen de Nederlandse en Vlaamse avant-garde waren dus alles bij elkaar niet zo harmonieus. Maar dat heeft niet belet dat De Stijl en het ideeëngoed van Van Doesburg ook in Vlaanderen grote invloed gehad hebben. De Antwerpse schilder Georges Vantongerloo bijvoorbeeld kwam sterk onder de indruk van Van Doesburgs voordrachten en werkte zelfs van 1918 tot 1922 mee aan De Stijl. Ook Michel Seuphor (pseudoniem voor Fernand Berckelaers) heeft dankzij Van Doesburgs lezingen de meest vooruitstrevende abstractie ontdekt.

Theo van Doesburg Simultaneous Counter Composition 1930 (Museum of Modern Art, new York)

Het debacle in Vlaanderen heeft de ontembare Van Doesburg evenwel niet tegengehouden in zijn internationale ambities. Hij reisde Europa rond om zijn vernieuwende ideeën te verkondigen en om gelijkgezinden rond zich te verzamelen. In 1920 trok hij naar het Bauhaus in Weimar, de toen hypermoderne academie voor kunst en vormgeving van Walter Gropius, waar hij eigengereid zijn eigen klasje te stichtte. In 1920 vertoefde hij in het bruisende Berlijn en daarna heel vaak ook in Parijs, waar hij in 1923 ging wonen met Nelly. Samen met Nelly deed hij ook een Dada-tournee door Duitsland. Van Doesburg netwerkte, maakte ruzie, publiceerde pamfletten, organiseerde tentoonstellingen en bouwde zijn leven lang aan het grote monument van De Stijl en… van zichzelf. Zijn levensverhaal toont aan dat ook in de Lage Landen de avant-garde een krabbenmand was met hele grote, ambitieuze ego’s, waarvan dat van Van Doesburg onverzoenlijk, onwrikbaar en onverdraagzaam was.

Ludo Beheydt is emeritus hoogleraar Civilisation néerlandaise en Linguistique néerlandaise aan de Université catholique de Louvain. Contact: ludo.beheydt@skynet.be.

Dit artikel is gepubliceerd in Neerlandia, jaargang 121, 2017, nummer 1.
Bekijk de inhoud van dit nummer.

 

Naar boven